Vraag 8, 24-maanden-vooruitblik
Waar zie je de Nederlandse cannabisteelt over 24 maanden, en welke methode zet zich door?
Lorenz: Met blik op veel clubs en ook steeds meer hobbygrowers lijken Nederlandse teeltliefhebbers zich steeds meer te verheugen op het medium steenwol of ook kokos. Het ligt ons eigenlijk in de genen om alles perfect te willen controleren. En daar speelt de hydroponisteelt met crop steering ons volmaakt in de kaarten.
Opmerking: Het interview werd schriftelijk afgenomen. Antwoorden werden voor leesbaarheid en spelling licht geredigeerd zonder inhoudelijk te veranderen. Lorenz Minks spreekt op zaterdag 13 juni 2026 om 12:30 uur op de Masterclass Stage van de Mary Jane Berlin over de vergelijking van teeltmethoden. Aanvullende informatie: research-gardens.com.
Vraag 6, Praktijkinzicht voor MJB
Welk verrassen praktijkinzicht zul je op de Mary Jane delen dat in geen enkel handboek staat?
Lorenz: Ik zal geen praktijkinzichten delen die nergens anders al schriftelijk zijn vastgelegd. Ik heruitvind het wiel niet opnieuw. Ik wil vooral de angst voor de verschillende teeltmethoden wegnemen en de talrijke circulerende praktijstips in compacte vorm uitwerken. Veel tips heb ik al in dit interview gedeeld. Voor alles wat verder gaat en dieper inzoomt en wat niet in dit artikel past, nodig ik iedereen hartelijk uit voor mijn voordracht op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Mary Jane. Er zal ook een verrassing-expert voor living soil aanwezig zijn.
Vraag 7, Apparatuur versus marketing
Welke apparatuuwinvestering loont zich voor Nederlandse growers in 2026 echt, en welke is marketing?
Lorenz: Voor CSCs en commerciële teelt: de meeste meerwaarde in operationeel beheer brengt een geïntegreerd crop-steering-systeem zoals bijvoorbeeld van CarbonActive of GrowLink, om de irrigatie bodemvochtgebaseerd in te kunnen stellen.
Voor hobbygrowers loont investeringen in een goedkoop smart home-irrigatiesysteem dat je van week tot week handmatig aanpast aan het waterverbruik van de planten. Kosten onder de 50 euro.
Wat je in het midden-Europese klimaat zeker niet nodig hebt, zijn airconditioners. Bij CarbonActive hebben we het open ventilatiesysteem voor commerciële teeltgebieden zover geoptimaliseerd dat je het hele jaar optimale VPD-waarden kan rijden. Met dit systeem bereiken ook beginners praktijkbewezen 2 g/watt, op steenwol, bij atmosferisch CO2-gehalte, zonder airconditioner.
Onder „hype“ vallen voor mij under-canopy-lights. Of je meer watt boven of onder de planten geeft, maakt naar steeds meer praktijkwaarden bij overeenkomstige teeltvoering (bladerverwijdering, omlaag binden) geen verschil. Evenzeer hou ik tegenwoordig niets van speciaal spectrum in de lamp, ook al ben ik jaren lang grote voorstander van speciale spectra geweest en heb ik zelfs een van mijn bedrijven „380 nanometer“ genoemd. (Lacht.)
Vraag 8, 24-maanden-vooruitblik
Waar zie je de Nederlandse cannabisteelt over 24 maanden, en welke methode zet zich door?
Lorenz: Met blik op veel clubs en ook steeds meer hobbygrowers lijken Nederlandse teeltliefhebbers zich steeds meer te verheugen op het medium steenwol of ook kokos. Het ligt ons eigenlijk in de genen om alles perfect te willen controleren. En daar speelt de hydroponisteelt met crop steering ons volmaakt in de kaarten.
Opmerking: Het interview werd schriftelijk afgenomen. Antwoorden werden voor leesbaarheid en spelling licht geredigeerd zonder inhoudelijk te veranderen. Lorenz Minks spreekt op zaterdag 13 juni 2026 om 12:30 uur op de Masterclass Stage van de Mary Jane Berlin over de vergelijking van teeltmethoden. Aanvullende informatie: research-gardens.com.
Vraag 5, CSC-schaling
CSC-teelt wordt in 2026 een schalieringsvraagstuk. Welke methode schaalt technisch en economisch het schoonste op 200 tot 500 leden?
Lorenz: Zeker steenwol. Vooral met de gebruikersvriendelijke Athena-meststof kun je een meststofrecept voor alle genetica rijden zonder verlies vast te stellen. Vroeger moest ik voor elk ras het juiste recept vinden, tegenwoordig is dat veel gebruikersvriendelijker geworden.
Terwijl living soil altijd weer verrassingen geeft juist wanneer je het het minst verwacht, is teelt op steenwol reproduceerbaar. Als je altijd dezelfde reinigingsprotocollen volgt en met een systeem zoals van CarbonActive bodemvochtgestuurde crop steering bedrijft, is steenwol erg voorspelbaar. Living soil kan daarentegen na enkele weken tot maanden volledig omslaan. Omslaan moet je dan in geval tonnen grond wegwerpen. Voorbereide living soil in grote hoeveelheden is niet snel opnieuw geleverd of volgens je eigen eisen gekweekt en vooral niet zomaar op de bedden uitgespreid.
De lopende kosten van minerale teelt zijn door de hogere operationele veiligheid veel beter in te schatten dan bij biologische teelt. De kosten voor meststof bedragen ongeveer 5 procent van de totale productiekosten (bij handmatig knippen) en zijn geen significante kostendriver en mogen niet als beslissingsgrondslag voor living soil versus steenwol dienen. Andere hydroponicastemen veroorzaken helemaal geen substraatkosten, liggen bij steenwol echter ook „slechts“ bij 3 tot 5 procent van de totale productiekosten. Living soil is even duur maar reidt zich meer uit als je het substraat langer dan een jaar achter elkaar gebruikt.
„Duitse technische perfectie heeft met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein gevonden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 6, Praktijkinzicht voor MJB
Welk verrassen praktijkinzicht zul je op de Mary Jane delen dat in geen enkel handboek staat?
Lorenz: Ik zal geen praktijkinzichten delen die nergens anders al schriftelijk zijn vastgelegd. Ik heruitvind het wiel niet opnieuw. Ik wil vooral de angst voor de verschillende teeltmethoden wegnemen en de talrijke circulerende praktijstips in compacte vorm uitwerken. Veel tips heb ik al in dit interview gedeeld. Voor alles wat verder gaat en dieper inzoomt en wat niet in dit artikel past, nodig ik iedereen hartelijk uit voor mijn voordracht op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Mary Jane. Er zal ook een verrassing-expert voor living soil aanwezig zijn.
Vraag 7, Apparatuur versus marketing
Welke apparatuuwinvestering loont zich voor Nederlandse growers in 2026 echt, en welke is marketing?
Lorenz: Voor CSCs en commerciële teelt: de meeste meerwaarde in operationeel beheer brengt een geïntegreerd crop-steering-systeem zoals bijvoorbeeld van CarbonActive of GrowLink, om de irrigatie bodemvochtgebaseerd in te kunnen stellen.
Voor hobbygrowers loont investeringen in een goedkoop smart home-irrigatiesysteem dat je van week tot week handmatig aanpast aan het waterverbruik van de planten. Kosten onder de 50 euro.
Wat je in het midden-Europese klimaat zeker niet nodig hebt, zijn airconditioners. Bij CarbonActive hebben we het open ventilatiesysteem voor commerciële teeltgebieden zover geoptimaliseerd dat je het hele jaar optimale VPD-waarden kan rijden. Met dit systeem bereiken ook beginners praktijkbewezen 2 g/watt, op steenwol, bij atmosferisch CO2-gehalte, zonder airconditioner.
Onder „hype“ vallen voor mij under-canopy-lights. Of je meer watt boven of onder de planten geeft, maakt naar steeds meer praktijkwaarden bij overeenkomstige teeltvoering (bladerverwijdering, omlaag binden) geen verschil. Evenzeer hou ik tegenwoordig niets van speciaal spectrum in de lamp, ook al ben ik jaren lang grote voorstander van speciale spectra geweest en heb ik zelfs een van mijn bedrijven „380 nanometer“ genoemd. (Lacht.)
Vraag 8, 24-maanden-vooruitblik
Waar zie je de Nederlandse cannabisteelt over 24 maanden, en welke methode zet zich door?
Lorenz: Met blik op veel clubs en ook steeds meer hobbygrowers lijken Nederlandse teeltliefhebbers zich steeds meer te verheugen op het medium steenwol of ook kokos. Het ligt ons eigenlijk in de genen om alles perfect te willen controleren. En daar speelt de hydroponisteelt met crop steering ons volmaakt in de kaarten.
Opmerking: Het interview werd schriftelijk afgenomen. Antwoorden werden voor leesbaarheid en spelling licht geredigeerd zonder inhoudelijk te veranderen. Lorenz Minks spreekt op zaterdag 13 juni 2026 om 12:30 uur op de Masterclass Stage van de Mary Jane Berlin over de vergelijking van teeltmethoden. Aanvullende informatie: research-gardens.com.
Vraag 4, Steenwol in praktijk
Wat zijn de drie meest voorkomende fouten bij de start met steenwol, en hoe kan je ze ongecompliceerd vermijden?
Lorenz: Niet overdenken. Athena-meststof volgens schema tot een EC-waarde van 3,0 mS/cm mengen, steenwol-blok of -slab 24 uur voor plantbezetting inweken, de zaailingblok erop zetten. Met de eerste watergift 10 tot 14 dagen wachten tot het medium zover is opgedroogd dat het oppervlak nog net vochtig maar niet nat is.
Daarna ’s ochtends altijd zoveel water geven dat wat drainage onderin naar buiten komt. Niet teveel voedingsoplossing tegelijk gieten, maar stap voor stap in kleine hoeveelheden met tussenpozen van ongeveer 15 minuten tot water uit het medium stroomt. Met automatische smart home-pompen kan je dat voor minder dan 50 euro automatiseren. In de eerste twee bloeiweken kun je op drainage verzaken als er nog niet veel zichtbare wortels in het medium (onderin of aan de zijkanten) te zien zijn. In dit stadium is een wat droger medium voordelig omdat wortels in droge omgeving sneller groeien omdat ze naar water zoeken. Vanaf bloeweek drie raad ik aan om weer elke ochtend drainage te erzeugen.
Voor precieze crop steering kan je bodemvocht-sensoren gebruiken (waarschuwing: veel zijn helaas onnauwkeurig) of het medium met de plant regelmatig wegen nadat drainage naar buiten is gekomen. Zo weet je hoeveel water het medium maximaal kan opnemen. Van deze basiswaarde kun je ongeveer 15 tot 20 procent gewicht aftrekken om het minimale watergehalte van het medium uit te rekenen dat je niet onderschrijd moet. Om deze waarde, vooral met uitgebreid wortelstelsel, niet te onderschrijden, kun je overdag een paar correctiebewateringen geven om het medium voldoende vochtig te houden.
Veel hebben angst voor hoog zoutgehalte in het medium, voor uitdroging of overbevochtiging: steenwol is daarin erg vergevensgezind. EC-waarden tot 25 mS/cm heb ik al vaak gezien en de planten zagen er toch super uit. Vooral met uitgebreid wortelstelsel zuigen planten het water erg snel uit de blok en de poreuze structuur van steenwol zorgt bijna altijd voor voldoende zuurstof om overbevochtigingsverschijnselen te voorkomen. Ook uitdroging is onwaarschijnlijk omdat steenwol ook bij zeer laag watergehalte nog water aan de plant kan afgeven.
Pro-tip: Regelmatig met een kunststofspuit de pH-waarde in het medium controleren. Als de EC-waarde in de blok te hoog zou zijn, laten de planten dat zeer snel met gele bladpunten zien. In dat geval helpt spoelen van het medium, dus drainage erzeugen om de planten van zoutstress af te helpen. Ook dat duurt niet lang.

Vraag 5, CSC-schaling
CSC-teelt wordt in 2026 een schalieringsvraagstuk. Welke methode schaalt technisch en economisch het schoonste op 200 tot 500 leden?
Lorenz: Zeker steenwol. Vooral met de gebruikersvriendelijke Athena-meststof kun je een meststofrecept voor alle genetica rijden zonder verlies vast te stellen. Vroeger moest ik voor elk ras het juiste recept vinden, tegenwoordig is dat veel gebruikersvriendelijker geworden.
Terwijl living soil altijd weer verrassingen geeft juist wanneer je het het minst verwacht, is teelt op steenwol reproduceerbaar. Als je altijd dezelfde reinigingsprotocollen volgt en met een systeem zoals van CarbonActive bodemvochtgestuurde crop steering bedrijft, is steenwol erg voorspelbaar. Living soil kan daarentegen na enkele weken tot maanden volledig omslaan. Omslaan moet je dan in geval tonnen grond wegwerpen. Voorbereide living soil in grote hoeveelheden is niet snel opnieuw geleverd of volgens je eigen eisen gekweekt en vooral niet zomaar op de bedden uitgespreid.
De lopende kosten van minerale teelt zijn door de hogere operationele veiligheid veel beter in te schatten dan bij biologische teelt. De kosten voor meststof bedragen ongeveer 5 procent van de totale productiekosten (bij handmatig knippen) en zijn geen significante kostendriver en mogen niet als beslissingsgrondslag voor living soil versus steenwol dienen. Andere hydroponicastemen veroorzaken helemaal geen substraatkosten, liggen bij steenwol echter ook „slechts“ bij 3 tot 5 procent van de totale productiekosten. Living soil is even duur maar reidt zich meer uit als je het substraat langer dan een jaar achter elkaar gebruikt.
„Duitse technische perfectie heeft met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein gevonden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 6, Praktijkinzicht voor MJB
Welk verrassen praktijkinzicht zul je op de Mary Jane delen dat in geen enkel handboek staat?
Lorenz: Ik zal geen praktijkinzichten delen die nergens anders al schriftelijk zijn vastgelegd. Ik heruitvind het wiel niet opnieuw. Ik wil vooral de angst voor de verschillende teeltmethoden wegnemen en de talrijke circulerende praktijstips in compacte vorm uitwerken. Veel tips heb ik al in dit interview gedeeld. Voor alles wat verder gaat en dieper inzoomt en wat niet in dit artikel past, nodig ik iedereen hartelijk uit voor mijn voordracht op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Mary Jane. Er zal ook een verrassing-expert voor living soil aanwezig zijn.
Vraag 7, Apparatuur versus marketing
Welke apparatuuwinvestering loont zich voor Nederlandse growers in 2026 echt, en welke is marketing?
Lorenz: Voor CSCs en commerciële teelt: de meeste meerwaarde in operationeel beheer brengt een geïntegreerd crop-steering-systeem zoals bijvoorbeeld van CarbonActive of GrowLink, om de irrigatie bodemvochtgebaseerd in te kunnen stellen.
Voor hobbygrowers loont investeringen in een goedkoop smart home-irrigatiesysteem dat je van week tot week handmatig aanpast aan het waterverbruik van de planten. Kosten onder de 50 euro.
Wat je in het midden-Europese klimaat zeker niet nodig hebt, zijn airconditioners. Bij CarbonActive hebben we het open ventilatiesysteem voor commerciële teeltgebieden zover geoptimaliseerd dat je het hele jaar optimale VPD-waarden kan rijden. Met dit systeem bereiken ook beginners praktijkbewezen 2 g/watt, op steenwol, bij atmosferisch CO2-gehalte, zonder airconditioner.
Onder „hype“ vallen voor mij under-canopy-lights. Of je meer watt boven of onder de planten geeft, maakt naar steeds meer praktijkwaarden bij overeenkomstige teeltvoering (bladerverwijdering, omlaag binden) geen verschil. Evenzeer hou ik tegenwoordig niets van speciaal spectrum in de lamp, ook al ben ik jaren lang grote voorstander van speciale spectra geweest en heb ik zelfs een van mijn bedrijven „380 nanometer“ genoemd. (Lacht.)
Vraag 8, 24-maanden-vooruitblik
Waar zie je de Nederlandse cannabisteelt over 24 maanden, en welke methode zet zich door?
Lorenz: Met blik op veel clubs en ook steeds meer hobbygrowers lijken Nederlandse teeltliefhebbers zich steeds meer te verheugen op het medium steenwol of ook kokos. Het ligt ons eigenlijk in de genen om alles perfect te willen controleren. En daar speelt de hydroponisteelt met crop steering ons volmaakt in de kaarten.
Opmerking: Het interview werd schriftelijk afgenomen. Antwoorden werden voor leesbaarheid en spelling licht geredigeerd zonder inhoudelijk te veranderen. Lorenz Minks spreekt op zaterdag 13 juni 2026 om 12:30 uur op de Masterclass Stage van de Mary Jane Berlin over de vergelijking van teeltmethoden. Aanvullende informatie: research-gardens.com.
Vraag 3, Hydroponika in NL
Hydroponika heeft in Nederlandse teeltkringen een moeilijk positie, hoewel de opbrengst vaak hoger is. Aan wat ligt dat naar jouw ervaring, technische weerzin, watermentaliteit, tijdfactor?
Lorenz: Je hebt de belangrijkste punten genoemd. De technische horden lijken op het eerste gezicht gigantisch als men aan hydroponika denkt. De angst voor waterschade is groot, vooral bij permanent waterhoudende systemen zoals aeroponika, diepe waterteelt of nutriëntenfilmsystemen. Intussen wordt vaak verdrongen dat er met steenwol een hydroponisch systeem bestaat dat vergelijkbare vereisten aan irrigatie stelt als teelt op aardeachtig substraat. Ik heb ook al vaker kleinere balkon- of indoor-growtenten op steenwol met de hand bevloeid. Het hoeft niet altijd high-end crop steering voor topprestaties te zijn.
De tijdsfactor in de initiële opzet van een steenwolteelt is bij deze aanpak precies zoals het risico van waterschade hetzelfde als bij teelt op grond. De eerste 10 dagen hoef je bij gebruik van een steenwol-slab toch niet te gieten, heb je dus na teeltstart minstens deze 10 dagen de tijd om jezelf een goedkope pomp met smart home-integratie voor onder de 50 euro in te richten. Want jonge planten hebben deze 10 tot 14 dagen nodig om wortels te ontwikkelen en het opgeslagen water in de steenwol-slab zover op te gebruiken dat watergeven nodig wordt.
Ik zie op sociale media steeds meer hobbygrowers die op steenwol telen. Ik heb zeker het gevoel dat Duitse technische perfectie met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein heeft gevonden. Er zijn talrijke hobbyisten in Duitsland en Zwitserland die momenteel hun eigen crop-steering-systemen voor hobbygrowers ontwikkelen.

Vraag 4, Steenwol in praktijk
Wat zijn de drie meest voorkomende fouten bij de start met steenwol, en hoe kan je ze ongecompliceerd vermijden?
Lorenz: Niet overdenken. Athena-meststof volgens schema tot een EC-waarde van 3,0 mS/cm mengen, steenwol-blok of -slab 24 uur voor plantbezetting inweken, de zaailingblok erop zetten. Met de eerste watergift 10 tot 14 dagen wachten tot het medium zover is opgedroogd dat het oppervlak nog net vochtig maar niet nat is.
Daarna ’s ochtends altijd zoveel water geven dat wat drainage onderin naar buiten komt. Niet teveel voedingsoplossing tegelijk gieten, maar stap voor stap in kleine hoeveelheden met tussenpozen van ongeveer 15 minuten tot water uit het medium stroomt. Met automatische smart home-pompen kan je dat voor minder dan 50 euro automatiseren. In de eerste twee bloeiweken kun je op drainage verzaken als er nog niet veel zichtbare wortels in het medium (onderin of aan de zijkanten) te zien zijn. In dit stadium is een wat droger medium voordelig omdat wortels in droge omgeving sneller groeien omdat ze naar water zoeken. Vanaf bloeweek drie raad ik aan om weer elke ochtend drainage te erzeugen.
Voor precieze crop steering kan je bodemvocht-sensoren gebruiken (waarschuwing: veel zijn helaas onnauwkeurig) of het medium met de plant regelmatig wegen nadat drainage naar buiten is gekomen. Zo weet je hoeveel water het medium maximaal kan opnemen. Van deze basiswaarde kun je ongeveer 15 tot 20 procent gewicht aftrekken om het minimale watergehalte van het medium uit te rekenen dat je niet onderschrijd moet. Om deze waarde, vooral met uitgebreid wortelstelsel, niet te onderschrijden, kun je overdag een paar correctiebewateringen geven om het medium voldoende vochtig te houden.
Veel hebben angst voor hoog zoutgehalte in het medium, voor uitdroging of overbevochtiging: steenwol is daarin erg vergevensgezind. EC-waarden tot 25 mS/cm heb ik al vaak gezien en de planten zagen er toch super uit. Vooral met uitgebreid wortelstelsel zuigen planten het water erg snel uit de blok en de poreuze structuur van steenwol zorgt bijna altijd voor voldoende zuurstof om overbevochtigingsverschijnselen te voorkomen. Ook uitdroging is onwaarschijnlijk omdat steenwol ook bij zeer laag watergehalte nog water aan de plant kan afgeven.
Pro-tip: Regelmatig met een kunststofspuit de pH-waarde in het medium controleren. Als de EC-waarde in de blok te hoog zou zijn, laten de planten dat zeer snel met gele bladpunten zien. In dat geval helpt spoelen van het medium, dus drainage erzeugen om de planten van zoutstress af te helpen. Ook dat duurt niet lang.

Vraag 5, CSC-schaling
CSC-teelt wordt in 2026 een schalieringsvraagstuk. Welke methode schaalt technisch en economisch het schoonste op 200 tot 500 leden?
Lorenz: Zeker steenwol. Vooral met de gebruikersvriendelijke Athena-meststof kun je een meststofrecept voor alle genetica rijden zonder verlies vast te stellen. Vroeger moest ik voor elk ras het juiste recept vinden, tegenwoordig is dat veel gebruikersvriendelijker geworden.
Terwijl living soil altijd weer verrassingen geeft juist wanneer je het het minst verwacht, is teelt op steenwol reproduceerbaar. Als je altijd dezelfde reinigingsprotocollen volgt en met een systeem zoals van CarbonActive bodemvochtgestuurde crop steering bedrijft, is steenwol erg voorspelbaar. Living soil kan daarentegen na enkele weken tot maanden volledig omslaan. Omslaan moet je dan in geval tonnen grond wegwerpen. Voorbereide living soil in grote hoeveelheden is niet snel opnieuw geleverd of volgens je eigen eisen gekweekt en vooral niet zomaar op de bedden uitgespreid.
De lopende kosten van minerale teelt zijn door de hogere operationele veiligheid veel beter in te schatten dan bij biologische teelt. De kosten voor meststof bedragen ongeveer 5 procent van de totale productiekosten (bij handmatig knippen) en zijn geen significante kostendriver en mogen niet als beslissingsgrondslag voor living soil versus steenwol dienen. Andere hydroponicastemen veroorzaken helemaal geen substraatkosten, liggen bij steenwol echter ook „slechts“ bij 3 tot 5 procent van de totale productiekosten. Living soil is even duur maar reidt zich meer uit als je het substraat langer dan een jaar achter elkaar gebruikt.
„Duitse technische perfectie heeft met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein gevonden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 6, Praktijkinzicht voor MJB
Welk verrassen praktijkinzicht zul je op de Mary Jane delen dat in geen enkel handboek staat?
Lorenz: Ik zal geen praktijkinzichten delen die nergens anders al schriftelijk zijn vastgelegd. Ik heruitvind het wiel niet opnieuw. Ik wil vooral de angst voor de verschillende teeltmethoden wegnemen en de talrijke circulerende praktijstips in compacte vorm uitwerken. Veel tips heb ik al in dit interview gedeeld. Voor alles wat verder gaat en dieper inzoomt en wat niet in dit artikel past, nodig ik iedereen hartelijk uit voor mijn voordracht op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Mary Jane. Er zal ook een verrassing-expert voor living soil aanwezig zijn.
Vraag 7, Apparatuur versus marketing
Welke apparatuuwinvestering loont zich voor Nederlandse growers in 2026 echt, en welke is marketing?
Lorenz: Voor CSCs en commerciële teelt: de meeste meerwaarde in operationeel beheer brengt een geïntegreerd crop-steering-systeem zoals bijvoorbeeld van CarbonActive of GrowLink, om de irrigatie bodemvochtgebaseerd in te kunnen stellen.
Voor hobbygrowers loont investeringen in een goedkoop smart home-irrigatiesysteem dat je van week tot week handmatig aanpast aan het waterverbruik van de planten. Kosten onder de 50 euro.
Wat je in het midden-Europese klimaat zeker niet nodig hebt, zijn airconditioners. Bij CarbonActive hebben we het open ventilatiesysteem voor commerciële teeltgebieden zover geoptimaliseerd dat je het hele jaar optimale VPD-waarden kan rijden. Met dit systeem bereiken ook beginners praktijkbewezen 2 g/watt, op steenwol, bij atmosferisch CO2-gehalte, zonder airconditioner.
Onder „hype“ vallen voor mij under-canopy-lights. Of je meer watt boven of onder de planten geeft, maakt naar steeds meer praktijkwaarden bij overeenkomstige teeltvoering (bladerverwijdering, omlaag binden) geen verschil. Evenzeer hou ik tegenwoordig niets van speciaal spectrum in de lamp, ook al ben ik jaren lang grote voorstander van speciale spectra geweest en heb ik zelfs een van mijn bedrijven „380 nanometer“ genoemd. (Lacht.)
Vraag 8, 24-maanden-vooruitblik
Waar zie je de Nederlandse cannabisteelt over 24 maanden, en welke methode zet zich door?
Lorenz: Met blik op veel clubs en ook steeds meer hobbygrowers lijken Nederlandse teeltliefhebbers zich steeds meer te verheugen op het medium steenwol of ook kokos. Het ligt ons eigenlijk in de genen om alles perfect te willen controleren. En daar speelt de hydroponisteelt met crop steering ons volmaakt in de kaarten.
Opmerking: Het interview werd schriftelijk afgenomen. Antwoorden werden voor leesbaarheid en spelling licht geredigeerd zonder inhoudelijk te veranderen. Lorenz Minks spreekt op zaterdag 13 juni 2026 om 12:30 uur op de Masterclass Stage van de Mary Jane Berlin over de vergelijking van teeltmethoden. Aanvullende informatie: research-gardens.com.
Vraag 2, Living soil gedemystificeerd
Living soil is ideologisch beladen. Wat zijn de echte, meetbare voordelen versus mythologie?
Lorenz: Naar mijn mening zijn er geen echte meetbare voordelen. De planten voeden zich zowel bij minerale als biologische bemesting van dezelfde 17 essentiële „minerale“ chemische elementen. Deze worden bij living-soil-teelt in de bodem door complexe, niet-plantbeschikbare moleculen omgezet in plantbeschikbare moleculen.
Subjectief nemen living-soil-consumenten anekdotisch vaak een complexer, veelzijdiger aroma waar. Een eerder „rond“ smaakprofiel, als men de uit de parfumeriewereld bekende kopnoot, hartnoot en basisnoot gebruikt voor sensorische bepaling. Living-soil-cannabis heeft in mijn waarneming een duidelijk meer uitgesproken basisnoot en dus een subjectief rounder aromaprofiel. Dat stuit op positieve reactie bij veel cannaconneurs. Nadeel van deze ronde smaak: uit mijn ervaring op veel reizen naar de cannabishotspots van deze wereld verschillen de aromas van verschillende op living soil geteelde rassen veel minder van elkaar dan bij mineraal geteelde rassen met dominantere hart- en kopnoten.
Ik zelf bezorg mezelf al meer dan twee jaar hetzelfde Wedding Cake van Swiss Extract, geteeld op living soil in een foliekas zonder technische franje. Uit consumptieperspectief is het product absoluut naar mijn smaak, ook al is de smaak erg uitwisselbaar en absoluut niets bijzonders. Swiss Extract droogt en bewaart de cannabis echter zo goed dat het zeer voorzichtig verdampt. Want kopf- of hartnoten ontstaan vaak door terpenen die bij verdampen of verbranden veel ontvlambaaarder en dus krachtiger in de luchtpijpen aanvoelen. Deze geurnoten zijn aan de andere kant echter onmisbaar voor de ontwikkeling van opvallende aromas waar rassen om bekend staan.

„Naar mijn mening zijn er geen echte meetbare voordelen. De planten voeden zich van dezelfde 17 essentiële chemische elementen, ongeacht of ze mineraal of biologisch bemest worden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 3, Hydroponika in NL
Hydroponika heeft in Nederlandse teeltkringen een moeilijk positie, hoewel de opbrengst vaak hoger is. Aan wat ligt dat naar jouw ervaring, technische weerzin, watermentaliteit, tijdfactor?
Lorenz: Je hebt de belangrijkste punten genoemd. De technische horden lijken op het eerste gezicht gigantisch als men aan hydroponika denkt. De angst voor waterschade is groot, vooral bij permanent waterhoudende systemen zoals aeroponika, diepe waterteelt of nutriëntenfilmsystemen. Intussen wordt vaak verdrongen dat er met steenwol een hydroponisch systeem bestaat dat vergelijkbare vereisten aan irrigatie stelt als teelt op aardeachtig substraat. Ik heb ook al vaker kleinere balkon- of indoor-growtenten op steenwol met de hand bevloeid. Het hoeft niet altijd high-end crop steering voor topprestaties te zijn.
De tijdsfactor in de initiële opzet van een steenwolteelt is bij deze aanpak precies zoals het risico van waterschade hetzelfde als bij teelt op grond. De eerste 10 dagen hoef je bij gebruik van een steenwol-slab toch niet te gieten, heb je dus na teeltstart minstens deze 10 dagen de tijd om jezelf een goedkope pomp met smart home-integratie voor onder de 50 euro in te richten. Want jonge planten hebben deze 10 tot 14 dagen nodig om wortels te ontwikkelen en het opgeslagen water in de steenwol-slab zover op te gebruiken dat watergeven nodig wordt.
Ik zie op sociale media steeds meer hobbygrowers die op steenwol telen. Ik heb zeker het gevoel dat Duitse technische perfectie met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein heeft gevonden. Er zijn talrijke hobbyisten in Duitsland en Zwitserland die momenteel hun eigen crop-steering-systemen voor hobbygrowers ontwikkelen.

Vraag 4, Steenwol in praktijk
Wat zijn de drie meest voorkomende fouten bij de start met steenwol, en hoe kan je ze ongecompliceerd vermijden?
Lorenz: Niet overdenken. Athena-meststof volgens schema tot een EC-waarde van 3,0 mS/cm mengen, steenwol-blok of -slab 24 uur voor plantbezetting inweken, de zaailingblok erop zetten. Met de eerste watergift 10 tot 14 dagen wachten tot het medium zover is opgedroogd dat het oppervlak nog net vochtig maar niet nat is.
Daarna ’s ochtends altijd zoveel water geven dat wat drainage onderin naar buiten komt. Niet teveel voedingsoplossing tegelijk gieten, maar stap voor stap in kleine hoeveelheden met tussenpozen van ongeveer 15 minuten tot water uit het medium stroomt. Met automatische smart home-pompen kan je dat voor minder dan 50 euro automatiseren. In de eerste twee bloeiweken kun je op drainage verzaken als er nog niet veel zichtbare wortels in het medium (onderin of aan de zijkanten) te zien zijn. In dit stadium is een wat droger medium voordelig omdat wortels in droge omgeving sneller groeien omdat ze naar water zoeken. Vanaf bloeweek drie raad ik aan om weer elke ochtend drainage te erzeugen.
Voor precieze crop steering kan je bodemvocht-sensoren gebruiken (waarschuwing: veel zijn helaas onnauwkeurig) of het medium met de plant regelmatig wegen nadat drainage naar buiten is gekomen. Zo weet je hoeveel water het medium maximaal kan opnemen. Van deze basiswaarde kun je ongeveer 15 tot 20 procent gewicht aftrekken om het minimale watergehalte van het medium uit te rekenen dat je niet onderschrijd moet. Om deze waarde, vooral met uitgebreid wortelstelsel, niet te onderschrijden, kun je overdag een paar correctiebewateringen geven om het medium voldoende vochtig te houden.
Veel hebben angst voor hoog zoutgehalte in het medium, voor uitdroging of overbevochtiging: steenwol is daarin erg vergevensgezind. EC-waarden tot 25 mS/cm heb ik al vaak gezien en de planten zagen er toch super uit. Vooral met uitgebreid wortelstelsel zuigen planten het water erg snel uit de blok en de poreuze structuur van steenwol zorgt bijna altijd voor voldoende zuurstof om overbevochtigingsverschijnselen te voorkomen. Ook uitdroging is onwaarschijnlijk omdat steenwol ook bij zeer laag watergehalte nog water aan de plant kan afgeven.
Pro-tip: Regelmatig met een kunststofspuit de pH-waarde in het medium controleren. Als de EC-waarde in de blok te hoog zou zijn, laten de planten dat zeer snel met gele bladpunten zien. In dat geval helpt spoelen van het medium, dus drainage erzeugen om de planten van zoutstress af te helpen. Ook dat duurt niet lang.

Vraag 5, CSC-schaling
CSC-teelt wordt in 2026 een schalieringsvraagstuk. Welke methode schaalt technisch en economisch het schoonste op 200 tot 500 leden?
Lorenz: Zeker steenwol. Vooral met de gebruikersvriendelijke Athena-meststof kun je een meststofrecept voor alle genetica rijden zonder verlies vast te stellen. Vroeger moest ik voor elk ras het juiste recept vinden, tegenwoordig is dat veel gebruikersvriendelijker geworden.
Terwijl living soil altijd weer verrassingen geeft juist wanneer je het het minst verwacht, is teelt op steenwol reproduceerbaar. Als je altijd dezelfde reinigingsprotocollen volgt en met een systeem zoals van CarbonActive bodemvochtgestuurde crop steering bedrijft, is steenwol erg voorspelbaar. Living soil kan daarentegen na enkele weken tot maanden volledig omslaan. Omslaan moet je dan in geval tonnen grond wegwerpen. Voorbereide living soil in grote hoeveelheden is niet snel opnieuw geleverd of volgens je eigen eisen gekweekt en vooral niet zomaar op de bedden uitgespreid.
De lopende kosten van minerale teelt zijn door de hogere operationele veiligheid veel beter in te schatten dan bij biologische teelt. De kosten voor meststof bedragen ongeveer 5 procent van de totale productiekosten (bij handmatig knippen) en zijn geen significante kostendriver en mogen niet als beslissingsgrondslag voor living soil versus steenwol dienen. Andere hydroponicastemen veroorzaken helemaal geen substraatkosten, liggen bij steenwol echter ook „slechts“ bij 3 tot 5 procent van de totale productiekosten. Living soil is even duur maar reidt zich meer uit als je het substraat langer dan een jaar achter elkaar gebruikt.
„Duitse technische perfectie heeft met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein gevonden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 6, Praktijkinzicht voor MJB
Welk verrassen praktijkinzicht zul je op de Mary Jane delen dat in geen enkel handboek staat?
Lorenz: Ik zal geen praktijkinzichten delen die nergens anders al schriftelijk zijn vastgelegd. Ik heruitvind het wiel niet opnieuw. Ik wil vooral de angst voor de verschillende teeltmethoden wegnemen en de talrijke circulerende praktijstips in compacte vorm uitwerken. Veel tips heb ik al in dit interview gedeeld. Voor alles wat verder gaat en dieper inzoomt en wat niet in dit artikel past, nodig ik iedereen hartelijk uit voor mijn voordracht op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Mary Jane. Er zal ook een verrassing-expert voor living soil aanwezig zijn.
Vraag 7, Apparatuur versus marketing
Welke apparatuuwinvestering loont zich voor Nederlandse growers in 2026 echt, en welke is marketing?
Lorenz: Voor CSCs en commerciële teelt: de meeste meerwaarde in operationeel beheer brengt een geïntegreerd crop-steering-systeem zoals bijvoorbeeld van CarbonActive of GrowLink, om de irrigatie bodemvochtgebaseerd in te kunnen stellen.
Voor hobbygrowers loont investeringen in een goedkoop smart home-irrigatiesysteem dat je van week tot week handmatig aanpast aan het waterverbruik van de planten. Kosten onder de 50 euro.
Wat je in het midden-Europese klimaat zeker niet nodig hebt, zijn airconditioners. Bij CarbonActive hebben we het open ventilatiesysteem voor commerciële teeltgebieden zover geoptimaliseerd dat je het hele jaar optimale VPD-waarden kan rijden. Met dit systeem bereiken ook beginners praktijkbewezen 2 g/watt, op steenwol, bij atmosferisch CO2-gehalte, zonder airconditioner.
Onder „hype“ vallen voor mij under-canopy-lights. Of je meer watt boven of onder de planten geeft, maakt naar steeds meer praktijkwaarden bij overeenkomstige teeltvoering (bladerverwijdering, omlaag binden) geen verschil. Evenzeer hou ik tegenwoordig niets van speciaal spectrum in de lamp, ook al ben ik jaren lang grote voorstander van speciale spectra geweest en heb ik zelfs een van mijn bedrijven „380 nanometer“ genoemd. (Lacht.)
Vraag 8, 24-maanden-vooruitblik
Waar zie je de Nederlandse cannabisteelt over 24 maanden, en welke methode zet zich door?
Lorenz: Met blik op veel clubs en ook steeds meer hobbygrowers lijken Nederlandse teeltliefhebbers zich steeds meer te verheugen op het medium steenwol of ook kokos. Het ligt ons eigenlijk in de genen om alles perfect te willen controleren. En daar speelt de hydroponisteelt met crop steering ons volmaakt in de kaarten.
Opmerking: Het interview werd schriftelijk afgenomen. Antwoorden werden voor leesbaarheid en spelling licht geredigeerd zonder inhoudelijk te veranderen. Lorenz Minks spreekt op zaterdag 13 juni 2026 om 12:30 uur op de Masterclass Stage van de Mary Jane Berlin over de vergelijking van teeltmethoden. Aanvullende informatie: research-gardens.com.
Vraag 1, Start 2026
In welke setting zou een Duitse hobbygrower in 2026 moeten starten, en welke aanbevelingen uit Amerikaanse forums zijn voor Duitse omstandigheden gewoon verkeerd?
Lorenz: Vooraf: ik exploit momenteel geen living-soil-bedden, maar heb wel in Zwitserland 1,5 hectare op een biologisch veld in de Linth-vlakte geteeld. De Linth-vlakte wordt doorgespoeld door de Linth-rivier die water van gletsjers in de Zwitserse Alpen afvoert. Het water is door de alpiene oorsprong zeer mineraalrijk en de rivier dient als natuurlijke watervoorziening zonder kunstmatige irrigatieinstallatie. Het voordeel van openluchtteelt is niet alleen energie-efficiëntie en gratis watervoorziening, maar ook het voorkomen van een grote biodiversiteit voor plaagbestrijding. Nuttige microben, lieveheersbeestjes, roofmijten, vogels en andere nuttige insecten helpen bij de bestrijding van plagen en ziekteverwekkers. Deze voordelen heeft de indoor-living-soil-teelt niet, want daar zijn de kleine spalten van de ruimten weliswaar net groot genoeg voor de ingang van plagen zoals trips en spintmijten, maar te klein voor nuttige insecten zoals lieveheersbeestjes.
Dat is ook het grootste nadeel van living soil in indoor-omgeving: je probeert al bij het controleren van de kardinale parameters temperatuur, luchtvochtigheid, lichtintensiteit, CO2-gehalte, bodemvochtigheid, bodemtemperatuur en de juiste samenstelling van de 17 essentiële nutriënten „God te spelen“. Nu ook nog de juiste samenstelling van microben, schimmels, verhouding plant-beschikbare versus niet-beschikbare organische nutriënten, zuurstof en suikers in de bodem te controleren, vermenigvuldigt het aantal parameters dat gecontroleerd moet worden en daarmee het foutpotentieel nogmaals aanzienlijk.
Over actuele aanbevelingen in Amerikaanse forums ben ik helaas niet op de hoogte. Maar mijn duidelijke aanbeveling voert twee paden: wie „technicus“ is, rijdt goed met steenwol, een crop-steering-irrigatiesysteem (bijvoorbeeld smart home-setup voor onder de 50 euro van Amazon), minerale meststof zoals Athena en geeft vol gas. Het resultaat: maximale opbrengsten, gedefinieerd aromaprofiel, snel kunnen reageren op fouten. Wie „pragmaticus“ is, koopt grond, biologische droogmeststof en geeft vol gas. Hoe meer biologisch leven, hoe meer „living soil“. Het resultaat: lagere opbrengsten, maar complex aroma en lager risico op fouten met hoger toevalsrisico.
Vraag 2, Living soil gedemystificeerd
Living soil is ideologisch beladen. Wat zijn de echte, meetbare voordelen versus mythologie?
Lorenz: Naar mijn mening zijn er geen echte meetbare voordelen. De planten voeden zich zowel bij minerale als biologische bemesting van dezelfde 17 essentiële „minerale“ chemische elementen. Deze worden bij living-soil-teelt in de bodem door complexe, niet-plantbeschikbare moleculen omgezet in plantbeschikbare moleculen.
Subjectief nemen living-soil-consumenten anekdotisch vaak een complexer, veelzijdiger aroma waar. Een eerder „rond“ smaakprofiel, als men de uit de parfumeriewereld bekende kopnoot, hartnoot en basisnoot gebruikt voor sensorische bepaling. Living-soil-cannabis heeft in mijn waarneming een duidelijk meer uitgesproken basisnoot en dus een subjectief rounder aromaprofiel. Dat stuit op positieve reactie bij veel cannaconneurs. Nadeel van deze ronde smaak: uit mijn ervaring op veel reizen naar de cannabishotspots van deze wereld verschillen de aromas van verschillende op living soil geteelde rassen veel minder van elkaar dan bij mineraal geteelde rassen met dominantere hart- en kopnoten.
Ik zelf bezorg mezelf al meer dan twee jaar hetzelfde Wedding Cake van Swiss Extract, geteeld op living soil in een foliekas zonder technische franje. Uit consumptieperspectief is het product absoluut naar mijn smaak, ook al is de smaak erg uitwisselbaar en absoluut niets bijzonders. Swiss Extract droogt en bewaart de cannabis echter zo goed dat het zeer voorzichtig verdampt. Want kopf- of hartnoten ontstaan vaak door terpenen die bij verdampen of verbranden veel ontvlambaaarder en dus krachtiger in de luchtpijpen aanvoelen. Deze geurnoten zijn aan de andere kant echter onmisbaar voor de ontwikkeling van opvallende aromas waar rassen om bekend staan.

„Naar mijn mening zijn er geen echte meetbare voordelen. De planten voeden zich van dezelfde 17 essentiële chemische elementen, ongeacht of ze mineraal of biologisch bemest worden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 3, Hydroponika in NL
Hydroponika heeft in Nederlandse teeltkringen een moeilijk positie, hoewel de opbrengst vaak hoger is. Aan wat ligt dat naar jouw ervaring, technische weerzin, watermentaliteit, tijdfactor?
Lorenz: Je hebt de belangrijkste punten genoemd. De technische horden lijken op het eerste gezicht gigantisch als men aan hydroponika denkt. De angst voor waterschade is groot, vooral bij permanent waterhoudende systemen zoals aeroponika, diepe waterteelt of nutriëntenfilmsystemen. Intussen wordt vaak verdrongen dat er met steenwol een hydroponisch systeem bestaat dat vergelijkbare vereisten aan irrigatie stelt als teelt op aardeachtig substraat. Ik heb ook al vaker kleinere balkon- of indoor-growtenten op steenwol met de hand bevloeid. Het hoeft niet altijd high-end crop steering voor topprestaties te zijn.
De tijdsfactor in de initiële opzet van een steenwolteelt is bij deze aanpak precies zoals het risico van waterschade hetzelfde als bij teelt op grond. De eerste 10 dagen hoef je bij gebruik van een steenwol-slab toch niet te gieten, heb je dus na teeltstart minstens deze 10 dagen de tijd om jezelf een goedkope pomp met smart home-integratie voor onder de 50 euro in te richten. Want jonge planten hebben deze 10 tot 14 dagen nodig om wortels te ontwikkelen en het opgeslagen water in de steenwol-slab zover op te gebruiken dat watergeven nodig wordt.
Ik zie op sociale media steeds meer hobbygrowers die op steenwol telen. Ik heb zeker het gevoel dat Duitse technische perfectie met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein heeft gevonden. Er zijn talrijke hobbyisten in Duitsland en Zwitserland die momenteel hun eigen crop-steering-systemen voor hobbygrowers ontwikkelen.

Vraag 4, Steenwol in praktijk
Wat zijn de drie meest voorkomende fouten bij de start met steenwol, en hoe kan je ze ongecompliceerd vermijden?
Lorenz: Niet overdenken. Athena-meststof volgens schema tot een EC-waarde van 3,0 mS/cm mengen, steenwol-blok of -slab 24 uur voor plantbezetting inweken, de zaailingblok erop zetten. Met de eerste watergift 10 tot 14 dagen wachten tot het medium zover is opgedroogd dat het oppervlak nog net vochtig maar niet nat is.
Daarna ’s ochtends altijd zoveel water geven dat wat drainage onderin naar buiten komt. Niet teveel voedingsoplossing tegelijk gieten, maar stap voor stap in kleine hoeveelheden met tussenpozen van ongeveer 15 minuten tot water uit het medium stroomt. Met automatische smart home-pompen kan je dat voor minder dan 50 euro automatiseren. In de eerste twee bloeiweken kun je op drainage verzaken als er nog niet veel zichtbare wortels in het medium (onderin of aan de zijkanten) te zien zijn. In dit stadium is een wat droger medium voordelig omdat wortels in droge omgeving sneller groeien omdat ze naar water zoeken. Vanaf bloeweek drie raad ik aan om weer elke ochtend drainage te erzeugen.
Voor precieze crop steering kan je bodemvocht-sensoren gebruiken (waarschuwing: veel zijn helaas onnauwkeurig) of het medium met de plant regelmatig wegen nadat drainage naar buiten is gekomen. Zo weet je hoeveel water het medium maximaal kan opnemen. Van deze basiswaarde kun je ongeveer 15 tot 20 procent gewicht aftrekken om het minimale watergehalte van het medium uit te rekenen dat je niet onderschrijd moet. Om deze waarde, vooral met uitgebreid wortelstelsel, niet te onderschrijden, kun je overdag een paar correctiebewateringen geven om het medium voldoende vochtig te houden.
Veel hebben angst voor hoog zoutgehalte in het medium, voor uitdroging of overbevochtiging: steenwol is daarin erg vergevensgezind. EC-waarden tot 25 mS/cm heb ik al vaak gezien en de planten zagen er toch super uit. Vooral met uitgebreid wortelstelsel zuigen planten het water erg snel uit de blok en de poreuze structuur van steenwol zorgt bijna altijd voor voldoende zuurstof om overbevochtigingsverschijnselen te voorkomen. Ook uitdroging is onwaarschijnlijk omdat steenwol ook bij zeer laag watergehalte nog water aan de plant kan afgeven.
Pro-tip: Regelmatig met een kunststofspuit de pH-waarde in het medium controleren. Als de EC-waarde in de blok te hoog zou zijn, laten de planten dat zeer snel met gele bladpunten zien. In dat geval helpt spoelen van het medium, dus drainage erzeugen om de planten van zoutstress af te helpen. Ook dat duurt niet lang.

Vraag 5, CSC-schaling
CSC-teelt wordt in 2026 een schalieringsvraagstuk. Welke methode schaalt technisch en economisch het schoonste op 200 tot 500 leden?
Lorenz: Zeker steenwol. Vooral met de gebruikersvriendelijke Athena-meststof kun je een meststofrecept voor alle genetica rijden zonder verlies vast te stellen. Vroeger moest ik voor elk ras het juiste recept vinden, tegenwoordig is dat veel gebruikersvriendelijker geworden.
Terwijl living soil altijd weer verrassingen geeft juist wanneer je het het minst verwacht, is teelt op steenwol reproduceerbaar. Als je altijd dezelfde reinigingsprotocollen volgt en met een systeem zoals van CarbonActive bodemvochtgestuurde crop steering bedrijft, is steenwol erg voorspelbaar. Living soil kan daarentegen na enkele weken tot maanden volledig omslaan. Omslaan moet je dan in geval tonnen grond wegwerpen. Voorbereide living soil in grote hoeveelheden is niet snel opnieuw geleverd of volgens je eigen eisen gekweekt en vooral niet zomaar op de bedden uitgespreid.
De lopende kosten van minerale teelt zijn door de hogere operationele veiligheid veel beter in te schatten dan bij biologische teelt. De kosten voor meststof bedragen ongeveer 5 procent van de totale productiekosten (bij handmatig knippen) en zijn geen significante kostendriver en mogen niet als beslissingsgrondslag voor living soil versus steenwol dienen. Andere hydroponicastemen veroorzaken helemaal geen substraatkosten, liggen bij steenwol echter ook „slechts“ bij 3 tot 5 procent van de totale productiekosten. Living soil is even duur maar reidt zich meer uit als je het substraat langer dan een jaar achter elkaar gebruikt.
„Duitse technische perfectie heeft met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein gevonden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 6, Praktijkinzicht voor MJB
Welk verrassen praktijkinzicht zul je op de Mary Jane delen dat in geen enkel handboek staat?
Lorenz: Ik zal geen praktijkinzichten delen die nergens anders al schriftelijk zijn vastgelegd. Ik heruitvind het wiel niet opnieuw. Ik wil vooral de angst voor de verschillende teeltmethoden wegnemen en de talrijke circulerende praktijstips in compacte vorm uitwerken. Veel tips heb ik al in dit interview gedeeld. Voor alles wat verder gaat en dieper inzoomt en wat niet in dit artikel past, nodig ik iedereen hartelijk uit voor mijn voordracht op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Mary Jane. Er zal ook een verrassing-expert voor living soil aanwezig zijn.
Vraag 7, Apparatuur versus marketing
Welke apparatuuwinvestering loont zich voor Nederlandse growers in 2026 echt, en welke is marketing?
Lorenz: Voor CSCs en commerciële teelt: de meeste meerwaarde in operationeel beheer brengt een geïntegreerd crop-steering-systeem zoals bijvoorbeeld van CarbonActive of GrowLink, om de irrigatie bodemvochtgebaseerd in te kunnen stellen.
Voor hobbygrowers loont investeringen in een goedkoop smart home-irrigatiesysteem dat je van week tot week handmatig aanpast aan het waterverbruik van de planten. Kosten onder de 50 euro.
Wat je in het midden-Europese klimaat zeker niet nodig hebt, zijn airconditioners. Bij CarbonActive hebben we het open ventilatiesysteem voor commerciële teeltgebieden zover geoptimaliseerd dat je het hele jaar optimale VPD-waarden kan rijden. Met dit systeem bereiken ook beginners praktijkbewezen 2 g/watt, op steenwol, bij atmosferisch CO2-gehalte, zonder airconditioner.
Onder „hype“ vallen voor mij under-canopy-lights. Of je meer watt boven of onder de planten geeft, maakt naar steeds meer praktijkwaarden bij overeenkomstige teeltvoering (bladerverwijdering, omlaag binden) geen verschil. Evenzeer hou ik tegenwoordig niets van speciaal spectrum in de lamp, ook al ben ik jaren lang grote voorstander van speciale spectra geweest en heb ik zelfs een van mijn bedrijven „380 nanometer“ genoemd. (Lacht.)
Vraag 8, 24-maanden-vooruitblik
Waar zie je de Nederlandse cannabisteelt over 24 maanden, en welke methode zet zich door?
Lorenz: Met blik op veel clubs en ook steeds meer hobbygrowers lijken Nederlandse teeltliefhebbers zich steeds meer te verheugen op het medium steenwol of ook kokos. Het ligt ons eigenlijk in de genen om alles perfect te willen controleren. En daar speelt de hydroponisteelt met crop steering ons volmaakt in de kaarten.
Opmerking: Het interview werd schriftelijk afgenomen. Antwoorden werden voor leesbaarheid en spelling licht geredigeerd zonder inhoudelijk te veranderen. Lorenz Minks spreekt op zaterdag 13 juni 2026 om 12:30 uur op de Masterclass Stage van de Mary Jane Berlin over de vergelijking van teeltmethoden. Aanvullende informatie: research-gardens.com.
💬 In gesprek
Lorenz Minks, Research-Gardens
Lorenz Minks is oprichter van Research-Gardens, internationaal cannabisconsultant en een van de weinigen met horticultuurstudium en tegelijkertijd praktijkervaring op hectaregrootte (1,5 hectare cannabisteelt in de Zwitserse Linth-vlakte). Op de Mary Jane Berlin spreekt hij op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Masterclass Stage over teeltmethoden. We hebben hem vooraf acht vragen gesteld die Duitse hobbygrowers en cannabissocialclubs als beslissingsbasis voor 2026 nodig hebben.
Vraag 1, Start 2026
In welke setting zou een Duitse hobbygrower in 2026 moeten starten, en welke aanbevelingen uit Amerikaanse forums zijn voor Duitse omstandigheden gewoon verkeerd?
Lorenz: Vooraf: ik exploit momenteel geen living-soil-bedden, maar heb wel in Zwitserland 1,5 hectare op een biologisch veld in de Linth-vlakte geteeld. De Linth-vlakte wordt doorgespoeld door de Linth-rivier die water van gletsjers in de Zwitserse Alpen afvoert. Het water is door de alpiene oorsprong zeer mineraalrijk en de rivier dient als natuurlijke watervoorziening zonder kunstmatige irrigatieinstallatie. Het voordeel van openluchtteelt is niet alleen energie-efficiëntie en gratis watervoorziening, maar ook het voorkomen van een grote biodiversiteit voor plaagbestrijding. Nuttige microben, lieveheersbeestjes, roofmijten, vogels en andere nuttige insecten helpen bij de bestrijding van plagen en ziekteverwekkers. Deze voordelen heeft de indoor-living-soil-teelt niet, want daar zijn de kleine spalten van de ruimten weliswaar net groot genoeg voor de ingang van plagen zoals trips en spintmijten, maar te klein voor nuttige insecten zoals lieveheersbeestjes.
Dat is ook het grootste nadeel van living soil in indoor-omgeving: je probeert al bij het controleren van de kardinale parameters temperatuur, luchtvochtigheid, lichtintensiteit, CO2-gehalte, bodemvochtigheid, bodemtemperatuur en de juiste samenstelling van de 17 essentiële nutriënten „God te spelen“. Nu ook nog de juiste samenstelling van microben, schimmels, verhouding plant-beschikbare versus niet-beschikbare organische nutriënten, zuurstof en suikers in de bodem te controleren, vermenigvuldigt het aantal parameters dat gecontroleerd moet worden en daarmee het foutpotentieel nogmaals aanzienlijk.
Over actuele aanbevelingen in Amerikaanse forums ben ik helaas niet op de hoogte. Maar mijn duidelijke aanbeveling voert twee paden: wie „technicus“ is, rijdt goed met steenwol, een crop-steering-irrigatiesysteem (bijvoorbeeld smart home-setup voor onder de 50 euro van Amazon), minerale meststof zoals Athena en geeft vol gas. Het resultaat: maximale opbrengsten, gedefinieerd aromaprofiel, snel kunnen reageren op fouten. Wie „pragmaticus“ is, koopt grond, biologische droogmeststof en geeft vol gas. Hoe meer biologisch leven, hoe meer „living soil“. Het resultaat: lagere opbrengsten, maar complex aroma en lager risico op fouten met hoger toevalsrisico.
Vraag 2, Living soil gedemystificeerd
Living soil is ideologisch beladen. Wat zijn de echte, meetbare voordelen versus mythologie?
Lorenz: Naar mijn mening zijn er geen echte meetbare voordelen. De planten voeden zich zowel bij minerale als biologische bemesting van dezelfde 17 essentiële „minerale“ chemische elementen. Deze worden bij living-soil-teelt in de bodem door complexe, niet-plantbeschikbare moleculen omgezet in plantbeschikbare moleculen.
Subjectief nemen living-soil-consumenten anekdotisch vaak een complexer, veelzijdiger aroma waar. Een eerder „rond“ smaakprofiel, als men de uit de parfumeriewereld bekende kopnoot, hartnoot en basisnoot gebruikt voor sensorische bepaling. Living-soil-cannabis heeft in mijn waarneming een duidelijk meer uitgesproken basisnoot en dus een subjectief rounder aromaprofiel. Dat stuit op positieve reactie bij veel cannaconneurs. Nadeel van deze ronde smaak: uit mijn ervaring op veel reizen naar de cannabishotspots van deze wereld verschillen de aromas van verschillende op living soil geteelde rassen veel minder van elkaar dan bij mineraal geteelde rassen met dominantere hart- en kopnoten.
Ik zelf bezorg mezelf al meer dan twee jaar hetzelfde Wedding Cake van Swiss Extract, geteeld op living soil in een foliekas zonder technische franje. Uit consumptieperspectief is het product absoluut naar mijn smaak, ook al is de smaak erg uitwisselbaar en absoluut niets bijzonders. Swiss Extract droogt en bewaart de cannabis echter zo goed dat het zeer voorzichtig verdampt. Want kopf- of hartnoten ontstaan vaak door terpenen die bij verdampen of verbranden veel ontvlambaaarder en dus krachtiger in de luchtpijpen aanvoelen. Deze geurnoten zijn aan de andere kant echter onmisbaar voor de ontwikkeling van opvallende aromas waar rassen om bekend staan.

„Naar mijn mening zijn er geen echte meetbare voordelen. De planten voeden zich van dezelfde 17 essentiële chemische elementen, ongeacht of ze mineraal of biologisch bemest worden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 3, Hydroponika in NL
Hydroponika heeft in Nederlandse teeltkringen een moeilijk positie, hoewel de opbrengst vaak hoger is. Aan wat ligt dat naar jouw ervaring, technische weerzin, watermentaliteit, tijdfactor?
Lorenz: Je hebt de belangrijkste punten genoemd. De technische horden lijken op het eerste gezicht gigantisch als men aan hydroponika denkt. De angst voor waterschade is groot, vooral bij permanent waterhoudende systemen zoals aeroponika, diepe waterteelt of nutriëntenfilmsystemen. Intussen wordt vaak verdrongen dat er met steenwol een hydroponisch systeem bestaat dat vergelijkbare vereisten aan irrigatie stelt als teelt op aardeachtig substraat. Ik heb ook al vaker kleinere balkon- of indoor-growtenten op steenwol met de hand bevloeid. Het hoeft niet altijd high-end crop steering voor topprestaties te zijn.
De tijdsfactor in de initiële opzet van een steenwolteelt is bij deze aanpak precies zoals het risico van waterschade hetzelfde als bij teelt op grond. De eerste 10 dagen hoef je bij gebruik van een steenwol-slab toch niet te gieten, heb je dus na teeltstart minstens deze 10 dagen de tijd om jezelf een goedkope pomp met smart home-integratie voor onder de 50 euro in te richten. Want jonge planten hebben deze 10 tot 14 dagen nodig om wortels te ontwikkelen en het opgeslagen water in de steenwol-slab zover op te gebruiken dat watergeven nodig wordt.
Ik zie op sociale media steeds meer hobbygrowers die op steenwol telen. Ik heb zeker het gevoel dat Duitse technische perfectie met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein heeft gevonden. Er zijn talrijke hobbyisten in Duitsland en Zwitserland die momenteel hun eigen crop-steering-systemen voor hobbygrowers ontwikkelen.

Vraag 4, Steenwol in praktijk
Wat zijn de drie meest voorkomende fouten bij de start met steenwol, en hoe kan je ze ongecompliceerd vermijden?
Lorenz: Niet overdenken. Athena-meststof volgens schema tot een EC-waarde van 3,0 mS/cm mengen, steenwol-blok of -slab 24 uur voor plantbezetting inweken, de zaailingblok erop zetten. Met de eerste watergift 10 tot 14 dagen wachten tot het medium zover is opgedroogd dat het oppervlak nog net vochtig maar niet nat is.
Daarna ’s ochtends altijd zoveel water geven dat wat drainage onderin naar buiten komt. Niet teveel voedingsoplossing tegelijk gieten, maar stap voor stap in kleine hoeveelheden met tussenpozen van ongeveer 15 minuten tot water uit het medium stroomt. Met automatische smart home-pompen kan je dat voor minder dan 50 euro automatiseren. In de eerste twee bloeiweken kun je op drainage verzaken als er nog niet veel zichtbare wortels in het medium (onderin of aan de zijkanten) te zien zijn. In dit stadium is een wat droger medium voordelig omdat wortels in droge omgeving sneller groeien omdat ze naar water zoeken. Vanaf bloeweek drie raad ik aan om weer elke ochtend drainage te erzeugen.
Voor precieze crop steering kan je bodemvocht-sensoren gebruiken (waarschuwing: veel zijn helaas onnauwkeurig) of het medium met de plant regelmatig wegen nadat drainage naar buiten is gekomen. Zo weet je hoeveel water het medium maximaal kan opnemen. Van deze basiswaarde kun je ongeveer 15 tot 20 procent gewicht aftrekken om het minimale watergehalte van het medium uit te rekenen dat je niet onderschrijd moet. Om deze waarde, vooral met uitgebreid wortelstelsel, niet te onderschrijden, kun je overdag een paar correctiebewateringen geven om het medium voldoende vochtig te houden.
Veel hebben angst voor hoog zoutgehalte in het medium, voor uitdroging of overbevochtiging: steenwol is daarin erg vergevensgezind. EC-waarden tot 25 mS/cm heb ik al vaak gezien en de planten zagen er toch super uit. Vooral met uitgebreid wortelstelsel zuigen planten het water erg snel uit de blok en de poreuze structuur van steenwol zorgt bijna altijd voor voldoende zuurstof om overbevochtigingsverschijnselen te voorkomen. Ook uitdroging is onwaarschijnlijk omdat steenwol ook bij zeer laag watergehalte nog water aan de plant kan afgeven.
Pro-tip: Regelmatig met een kunststofspuit de pH-waarde in het medium controleren. Als de EC-waarde in de blok te hoog zou zijn, laten de planten dat zeer snel met gele bladpunten zien. In dat geval helpt spoelen van het medium, dus drainage erzeugen om de planten van zoutstress af te helpen. Ook dat duurt niet lang.

Vraag 5, CSC-schaling
CSC-teelt wordt in 2026 een schalieringsvraagstuk. Welke methode schaalt technisch en economisch het schoonste op 200 tot 500 leden?
Lorenz: Zeker steenwol. Vooral met de gebruikersvriendelijke Athena-meststof kun je een meststofrecept voor alle genetica rijden zonder verlies vast te stellen. Vroeger moest ik voor elk ras het juiste recept vinden, tegenwoordig is dat veel gebruikersvriendelijker geworden.
Terwijl living soil altijd weer verrassingen geeft juist wanneer je het het minst verwacht, is teelt op steenwol reproduceerbaar. Als je altijd dezelfde reinigingsprotocollen volgt en met een systeem zoals van CarbonActive bodemvochtgestuurde crop steering bedrijft, is steenwol erg voorspelbaar. Living soil kan daarentegen na enkele weken tot maanden volledig omslaan. Omslaan moet je dan in geval tonnen grond wegwerpen. Voorbereide living soil in grote hoeveelheden is niet snel opnieuw geleverd of volgens je eigen eisen gekweekt en vooral niet zomaar op de bedden uitgespreid.
De lopende kosten van minerale teelt zijn door de hogere operationele veiligheid veel beter in te schatten dan bij biologische teelt. De kosten voor meststof bedragen ongeveer 5 procent van de totale productiekosten (bij handmatig knippen) en zijn geen significante kostendriver en mogen niet als beslissingsgrondslag voor living soil versus steenwol dienen. Andere hydroponicastemen veroorzaken helemaal geen substraatkosten, liggen bij steenwol echter ook „slechts“ bij 3 tot 5 procent van de totale productiekosten. Living soil is even duur maar reidt zich meer uit als je het substraat langer dan een jaar achter elkaar gebruikt.
„Duitse technische perfectie heeft met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein gevonden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 6, Praktijkinzicht voor MJB
Welk verrassen praktijkinzicht zul je op de Mary Jane delen dat in geen enkel handboek staat?
Lorenz: Ik zal geen praktijkinzichten delen die nergens anders al schriftelijk zijn vastgelegd. Ik heruitvind het wiel niet opnieuw. Ik wil vooral de angst voor de verschillende teeltmethoden wegnemen en de talrijke circulerende praktijstips in compacte vorm uitwerken. Veel tips heb ik al in dit interview gedeeld. Voor alles wat verder gaat en dieper inzoomt en wat niet in dit artikel past, nodig ik iedereen hartelijk uit voor mijn voordracht op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Mary Jane. Er zal ook een verrassing-expert voor living soil aanwezig zijn.
Vraag 7, Apparatuur versus marketing
Welke apparatuuwinvestering loont zich voor Nederlandse growers in 2026 echt, en welke is marketing?
Lorenz: Voor CSCs en commerciële teelt: de meeste meerwaarde in operationeel beheer brengt een geïntegreerd crop-steering-systeem zoals bijvoorbeeld van CarbonActive of GrowLink, om de irrigatie bodemvochtgebaseerd in te kunnen stellen.
Voor hobbygrowers loont investeringen in een goedkoop smart home-irrigatiesysteem dat je van week tot week handmatig aanpast aan het waterverbruik van de planten. Kosten onder de 50 euro.
Wat je in het midden-Europese klimaat zeker niet nodig hebt, zijn airconditioners. Bij CarbonActive hebben we het open ventilatiesysteem voor commerciële teeltgebieden zover geoptimaliseerd dat je het hele jaar optimale VPD-waarden kan rijden. Met dit systeem bereiken ook beginners praktijkbewezen 2 g/watt, op steenwol, bij atmosferisch CO2-gehalte, zonder airconditioner.
Onder „hype“ vallen voor mij under-canopy-lights. Of je meer watt boven of onder de planten geeft, maakt naar steeds meer praktijkwaarden bij overeenkomstige teeltvoering (bladerverwijdering, omlaag binden) geen verschil. Evenzeer hou ik tegenwoordig niets van speciaal spectrum in de lamp, ook al ben ik jaren lang grote voorstander van speciale spectra geweest en heb ik zelfs een van mijn bedrijven „380 nanometer“ genoemd. (Lacht.)
Vraag 8, 24-maanden-vooruitblik
Waar zie je de Nederlandse cannabisteelt over 24 maanden, en welke methode zet zich door?
Lorenz: Met blik op veel clubs en ook steeds meer hobbygrowers lijken Nederlandse teeltliefhebbers zich steeds meer te verheugen op het medium steenwol of ook kokos. Het ligt ons eigenlijk in de genen om alles perfect te willen controleren. En daar speelt de hydroponisteelt met crop steering ons volmaakt in de kaarten.
Opmerking: Het interview werd schriftelijk afgenomen. Antwoorden werden voor leesbaarheid en spelling licht geredigeerd zonder inhoudelijk te veranderen. Lorenz Minks spreekt op zaterdag 13 juni 2026 om 12:30 uur op de Masterclass Stage van de Mary Jane Berlin over de vergelijking van teeltmethoden. Aanvullende informatie: research-gardens.com.
Er zijn in de Duitstalige cannabisscène maar weinig stemmen die zo tegelijkertijd technisch diepgaand en ideologisch onverkrampt over teeltmethoden spreken als Lorenz Minks. De oprichter van Research-Gardens heeft een horticultuurstudium voltooid, heeft op 1,5 hectare legale cannabis op een biologisch veld in het Zwitserse Linth-dal gecultiveerd en adviseert tegenwoordig cannabisbedrijven wereldwijd over teelttechniek, klimaatbeheersing en crop steering. Wie Minks hoort spreken, merkt: dit is iemand die praktijkervaring uit twee werelden kent – uit de middagschaduw van de Zwitserse bergen evenzeer als uit het LED-licht van professionele indoor-installaties.
Precies dit dubbelperspectief maakt het gesprek met hem voorafgaand aan de Mary Jane Berlin zo waardevol. Terwijl de Duitse CSC-scène in 2026 voor de vraag staat met welke teeltmethode 200 tot 500 leden verzorgd kunnen worden, circuleren tegelijkertijd in forums en sociale media aanbevelingen uit Amerikaanse communities die niet bij Duitse omstandigheden passen. Living soil wordt een geloofsvestiging, steenwol wordt als „te industrieel“ afgeschilderd, hydroponika geldt voor velen als te ingewikkeld. Minks ruimt in het interview consequent met deze reflexen op – en dat niet vanuit een marketingpositie, maar op basis van plantenfysiologie, jaren advisering en eigen consumptie-ervaring.
Opmerkelijk is hoe eerlijk Minks met zichzelf omgaat: hij was jarenlang voorstander van speciale LED-spectra en noemde zelfs een bedrijf „380 nanometer“ – tegenwoordig vindt hij beide overschat. Hij consumeert privé Wedding Cake van een Zwitserse living-soil-kweker en zegt in dezelfde adem dat de smaak „uitwisselbaar en absoluut niets bijzonders“ is. En hij noemt concrete merken (Athena, CarbonActive, GrowLink), concrete prijzen (onder de 50 euro voor smart home-irrigatie), concrete waarden (EC 3,0 mS/cm als instapniveau). Wat uit de volgende Q&A naar voren komt, is daarom geen theoretische teelleer, maar een inventarisatie voor 2026 voor Duitse hobbygrowers en CSCs: wat loont zich, wat is hype, en welke teeltmethode zal zich uiteindelijk doorzetten.
💬 In gesprek
Lorenz Minks, Research-Gardens
Lorenz Minks is oprichter van Research-Gardens, internationaal cannabisconsultant en een van de weinigen met horticultuurstudium en tegelijkertijd praktijkervaring op hectaregrootte (1,5 hectare cannabisteelt in de Zwitserse Linth-vlakte). Op de Mary Jane Berlin spreekt hij op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Masterclass Stage over teeltmethoden. We hebben hem vooraf acht vragen gesteld die Duitse hobbygrowers en cannabissocialclubs als beslissingsbasis voor 2026 nodig hebben.
Vraag 1, Start 2026
In welke setting zou een Duitse hobbygrower in 2026 moeten starten, en welke aanbevelingen uit Amerikaanse forums zijn voor Duitse omstandigheden gewoon verkeerd?
Lorenz: Vooraf: ik exploit momenteel geen living-soil-bedden, maar heb wel in Zwitserland 1,5 hectare op een biologisch veld in de Linth-vlakte geteeld. De Linth-vlakte wordt doorgespoeld door de Linth-rivier die water van gletsjers in de Zwitserse Alpen afvoert. Het water is door de alpiene oorsprong zeer mineraalrijk en de rivier dient als natuurlijke watervoorziening zonder kunstmatige irrigatieinstallatie. Het voordeel van openluchtteelt is niet alleen energie-efficiëntie en gratis watervoorziening, maar ook het voorkomen van een grote biodiversiteit voor plaagbestrijding. Nuttige microben, lieveheersbeestjes, roofmijten, vogels en andere nuttige insecten helpen bij de bestrijding van plagen en ziekteverwekkers. Deze voordelen heeft de indoor-living-soil-teelt niet, want daar zijn de kleine spalten van de ruimten weliswaar net groot genoeg voor de ingang van plagen zoals trips en spintmijten, maar te klein voor nuttige insecten zoals lieveheersbeestjes.
Dat is ook het grootste nadeel van living soil in indoor-omgeving: je probeert al bij het controleren van de kardinale parameters temperatuur, luchtvochtigheid, lichtintensiteit, CO2-gehalte, bodemvochtigheid, bodemtemperatuur en de juiste samenstelling van de 17 essentiële nutriënten „God te spelen“. Nu ook nog de juiste samenstelling van microben, schimmels, verhouding plant-beschikbare versus niet-beschikbare organische nutriënten, zuurstof en suikers in de bodem te controleren, vermenigvuldigt het aantal parameters dat gecontroleerd moet worden en daarmee het foutpotentieel nogmaals aanzienlijk.
Over actuele aanbevelingen in Amerikaanse forums ben ik helaas niet op de hoogte. Maar mijn duidelijke aanbeveling voert twee paden: wie „technicus“ is, rijdt goed met steenwol, een crop-steering-irrigatiesysteem (bijvoorbeeld smart home-setup voor onder de 50 euro van Amazon), minerale meststof zoals Athena en geeft vol gas. Het resultaat: maximale opbrengsten, gedefinieerd aromaprofiel, snel kunnen reageren op fouten. Wie „pragmaticus“ is, koopt grond, biologische droogmeststof en geeft vol gas. Hoe meer biologisch leven, hoe meer „living soil“. Het resultaat: lagere opbrengsten, maar complex aroma en lager risico op fouten met hoger toevalsrisico.
Vraag 2, Living soil gedemystificeerd
Living soil is ideologisch beladen. Wat zijn de echte, meetbare voordelen versus mythologie?
Lorenz: Naar mijn mening zijn er geen echte meetbare voordelen. De planten voeden zich zowel bij minerale als biologische bemesting van dezelfde 17 essentiële „minerale“ chemische elementen. Deze worden bij living-soil-teelt in de bodem door complexe, niet-plantbeschikbare moleculen omgezet in plantbeschikbare moleculen.
Subjectief nemen living-soil-consumenten anekdotisch vaak een complexer, veelzijdiger aroma waar. Een eerder „rond“ smaakprofiel, als men de uit de parfumeriewereld bekende kopnoot, hartnoot en basisnoot gebruikt voor sensorische bepaling. Living-soil-cannabis heeft in mijn waarneming een duidelijk meer uitgesproken basisnoot en dus een subjectief rounder aromaprofiel. Dat stuit op positieve reactie bij veel cannaconneurs. Nadeel van deze ronde smaak: uit mijn ervaring op veel reizen naar de cannabishotspots van deze wereld verschillen de aromas van verschillende op living soil geteelde rassen veel minder van elkaar dan bij mineraal geteelde rassen met dominantere hart- en kopnoten.
Ik zelf bezorg mezelf al meer dan twee jaar hetzelfde Wedding Cake van Swiss Extract, geteeld op living soil in een foliekas zonder technische franje. Uit consumptieperspectief is het product absoluut naar mijn smaak, ook al is de smaak erg uitwisselbaar en absoluut niets bijzonders. Swiss Extract droogt en bewaart de cannabis echter zo goed dat het zeer voorzichtig verdampt. Want kopf- of hartnoten ontstaan vaak door terpenen die bij verdampen of verbranden veel ontvlambaaarder en dus krachtiger in de luchtpijpen aanvoelen. Deze geurnoten zijn aan de andere kant echter onmisbaar voor de ontwikkeling van opvallende aromas waar rassen om bekend staan.

„Naar mijn mening zijn er geen echte meetbare voordelen. De planten voeden zich van dezelfde 17 essentiële chemische elementen, ongeacht of ze mineraal of biologisch bemest worden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 3, Hydroponika in NL
Hydroponika heeft in Nederlandse teeltkringen een moeilijk positie, hoewel de opbrengst vaak hoger is. Aan wat ligt dat naar jouw ervaring, technische weerzin, watermentaliteit, tijdfactor?
Lorenz: Je hebt de belangrijkste punten genoemd. De technische horden lijken op het eerste gezicht gigantisch als men aan hydroponika denkt. De angst voor waterschade is groot, vooral bij permanent waterhoudende systemen zoals aeroponika, diepe waterteelt of nutriëntenfilmsystemen. Intussen wordt vaak verdrongen dat er met steenwol een hydroponisch systeem bestaat dat vergelijkbare vereisten aan irrigatie stelt als teelt op aardeachtig substraat. Ik heb ook al vaker kleinere balkon- of indoor-growtenten op steenwol met de hand bevloeid. Het hoeft niet altijd high-end crop steering voor topprestaties te zijn.
De tijdsfactor in de initiële opzet van een steenwolteelt is bij deze aanpak precies zoals het risico van waterschade hetzelfde als bij teelt op grond. De eerste 10 dagen hoef je bij gebruik van een steenwol-slab toch niet te gieten, heb je dus na teeltstart minstens deze 10 dagen de tijd om jezelf een goedkope pomp met smart home-integratie voor onder de 50 euro in te richten. Want jonge planten hebben deze 10 tot 14 dagen nodig om wortels te ontwikkelen en het opgeslagen water in de steenwol-slab zover op te gebruiken dat watergeven nodig wordt.
Ik zie op sociale media steeds meer hobbygrowers die op steenwol telen. Ik heb zeker het gevoel dat Duitse technische perfectie met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein heeft gevonden. Er zijn talrijke hobbyisten in Duitsland en Zwitserland die momenteel hun eigen crop-steering-systemen voor hobbygrowers ontwikkelen.

Vraag 4, Steenwol in praktijk
Wat zijn de drie meest voorkomende fouten bij de start met steenwol, en hoe kan je ze ongecompliceerd vermijden?
Lorenz: Niet overdenken. Athena-meststof volgens schema tot een EC-waarde van 3,0 mS/cm mengen, steenwol-blok of -slab 24 uur voor plantbezetting inweken, de zaailingblok erop zetten. Met de eerste watergift 10 tot 14 dagen wachten tot het medium zover is opgedroogd dat het oppervlak nog net vochtig maar niet nat is.
Daarna ’s ochtends altijd zoveel water geven dat wat drainage onderin naar buiten komt. Niet teveel voedingsoplossing tegelijk gieten, maar stap voor stap in kleine hoeveelheden met tussenpozen van ongeveer 15 minuten tot water uit het medium stroomt. Met automatische smart home-pompen kan je dat voor minder dan 50 euro automatiseren. In de eerste twee bloeiweken kun je op drainage verzaken als er nog niet veel zichtbare wortels in het medium (onderin of aan de zijkanten) te zien zijn. In dit stadium is een wat droger medium voordelig omdat wortels in droge omgeving sneller groeien omdat ze naar water zoeken. Vanaf bloeweek drie raad ik aan om weer elke ochtend drainage te erzeugen.
Voor precieze crop steering kan je bodemvocht-sensoren gebruiken (waarschuwing: veel zijn helaas onnauwkeurig) of het medium met de plant regelmatig wegen nadat drainage naar buiten is gekomen. Zo weet je hoeveel water het medium maximaal kan opnemen. Van deze basiswaarde kun je ongeveer 15 tot 20 procent gewicht aftrekken om het minimale watergehalte van het medium uit te rekenen dat je niet onderschrijd moet. Om deze waarde, vooral met uitgebreid wortelstelsel, niet te onderschrijden, kun je overdag een paar correctiebewateringen geven om het medium voldoende vochtig te houden.
Veel hebben angst voor hoog zoutgehalte in het medium, voor uitdroging of overbevochtiging: steenwol is daarin erg vergevensgezind. EC-waarden tot 25 mS/cm heb ik al vaak gezien en de planten zagen er toch super uit. Vooral met uitgebreid wortelstelsel zuigen planten het water erg snel uit de blok en de poreuze structuur van steenwol zorgt bijna altijd voor voldoende zuurstof om overbevochtigingsverschijnselen te voorkomen. Ook uitdroging is onwaarschijnlijk omdat steenwol ook bij zeer laag watergehalte nog water aan de plant kan afgeven.
Pro-tip: Regelmatig met een kunststofspuit de pH-waarde in het medium controleren. Als de EC-waarde in de blok te hoog zou zijn, laten de planten dat zeer snel met gele bladpunten zien. In dat geval helpt spoelen van het medium, dus drainage erzeugen om de planten van zoutstress af te helpen. Ook dat duurt niet lang.

Vraag 5, CSC-schaling
CSC-teelt wordt in 2026 een schalieringsvraagstuk. Welke methode schaalt technisch en economisch het schoonste op 200 tot 500 leden?
Lorenz: Zeker steenwol. Vooral met de gebruikersvriendelijke Athena-meststof kun je een meststofrecept voor alle genetica rijden zonder verlies vast te stellen. Vroeger moest ik voor elk ras het juiste recept vinden, tegenwoordig is dat veel gebruikersvriendelijker geworden.
Terwijl living soil altijd weer verrassingen geeft juist wanneer je het het minst verwacht, is teelt op steenwol reproduceerbaar. Als je altijd dezelfde reinigingsprotocollen volgt en met een systeem zoals van CarbonActive bodemvochtgestuurde crop steering bedrijft, is steenwol erg voorspelbaar. Living soil kan daarentegen na enkele weken tot maanden volledig omslaan. Omslaan moet je dan in geval tonnen grond wegwerpen. Voorbereide living soil in grote hoeveelheden is niet snel opnieuw geleverd of volgens je eigen eisen gekweekt en vooral niet zomaar op de bedden uitgespreid.
De lopende kosten van minerale teelt zijn door de hogere operationele veiligheid veel beter in te schatten dan bij biologische teelt. De kosten voor meststof bedragen ongeveer 5 procent van de totale productiekosten (bij handmatig knippen) en zijn geen significante kostendriver en mogen niet als beslissingsgrondslag voor living soil versus steenwol dienen. Andere hydroponicastemen veroorzaken helemaal geen substraatkosten, liggen bij steenwol echter ook „slechts“ bij 3 tot 5 procent van de totale productiekosten. Living soil is even duur maar reidt zich meer uit als je het substraat langer dan een jaar achter elkaar gebruikt.
„Duitse technische perfectie heeft met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein gevonden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 6, Praktijkinzicht voor MJB
Welk verrassen praktijkinzicht zul je op de Mary Jane delen dat in geen enkel handboek staat?
Lorenz: Ik zal geen praktijkinzichten delen die nergens anders al schriftelijk zijn vastgelegd. Ik heruitvind het wiel niet opnieuw. Ik wil vooral de angst voor de verschillende teeltmethoden wegnemen en de talrijke circulerende praktijstips in compacte vorm uitwerken. Veel tips heb ik al in dit interview gedeeld. Voor alles wat verder gaat en dieper inzoomt en wat niet in dit artikel past, nodig ik iedereen hartelijk uit voor mijn voordracht op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Mary Jane. Er zal ook een verrassing-expert voor living soil aanwezig zijn.
Vraag 7, Apparatuur versus marketing
Welke apparatuuwinvestering loont zich voor Nederlandse growers in 2026 echt, en welke is marketing?
Lorenz: Voor CSCs en commerciële teelt: de meeste meerwaarde in operationeel beheer brengt een geïntegreerd crop-steering-systeem zoals bijvoorbeeld van CarbonActive of GrowLink, om de irrigatie bodemvochtgebaseerd in te kunnen stellen.
Voor hobbygrowers loont investeringen in een goedkoop smart home-irrigatiesysteem dat je van week tot week handmatig aanpast aan het waterverbruik van de planten. Kosten onder de 50 euro.
Wat je in het midden-Europese klimaat zeker niet nodig hebt, zijn airconditioners. Bij CarbonActive hebben we het open ventilatiesysteem voor commerciële teeltgebieden zover geoptimaliseerd dat je het hele jaar optimale VPD-waarden kan rijden. Met dit systeem bereiken ook beginners praktijkbewezen 2 g/watt, op steenwol, bij atmosferisch CO2-gehalte, zonder airconditioner.
Onder „hype“ vallen voor mij under-canopy-lights. Of je meer watt boven of onder de planten geeft, maakt naar steeds meer praktijkwaarden bij overeenkomstige teeltvoering (bladerverwijdering, omlaag binden) geen verschil. Evenzeer hou ik tegenwoordig niets van speciaal spectrum in de lamp, ook al ben ik jaren lang grote voorstander van speciale spectra geweest en heb ik zelfs een van mijn bedrijven „380 nanometer“ genoemd. (Lacht.)
Vraag 8, 24-maanden-vooruitblik
Waar zie je de Nederlandse cannabisteelt over 24 maanden, en welke methode zet zich door?
Lorenz: Met blik op veel clubs en ook steeds meer hobbygrowers lijken Nederlandse teeltliefhebbers zich steeds meer te verheugen op het medium steenwol of ook kokos. Het ligt ons eigenlijk in de genen om alles perfect te willen controleren. En daar speelt de hydroponisteelt met crop steering ons volmaakt in de kaarten.
Opmerking: Het interview werd schriftelijk afgenomen. Antwoorden werden voor leesbaarheid en spelling licht geredigeerd zonder inhoudelijk te veranderen. Lorenz Minks spreekt op zaterdag 13 juni 2026 om 12:30 uur op de Masterclass Stage van de Mary Jane Berlin over de vergelijking van teeltmethoden. Aanvullende informatie: research-gardens.com.
Er zijn in de Duitstalige cannabisscène maar weinig stemmen die zo tegelijkertijd technisch diepgaand en ideologisch onverkrampt over teeltmethoden spreken als Lorenz Minks. De oprichter van Research-Gardens heeft een horticultuurstudium voltooid, heeft op 1,5 hectare legale cannabis op een biologisch veld in het Zwitserse Linth-dal gecultiveerd en adviseert tegenwoordig cannabisbedrijven wereldwijd over teelttechniek, klimaatbeheersing en crop steering. Wie Minks hoort spreken, merkt: dit is iemand die praktijkervaring uit twee werelden kent – uit de middagschaduw van de Zwitserse bergen evenzeer als uit het LED-licht van professionele indoor-installaties.
Precies dit dubbelperspectief maakt het gesprek met hem voorafgaand aan de Mary Jane Berlin zo waardevol. Terwijl de Duitse CSC-scène in 2026 voor de vraag staat met welke teeltmethode 200 tot 500 leden verzorgd kunnen worden, circuleren tegelijkertijd in forums en sociale media aanbevelingen uit Amerikaanse communities die niet bij Duitse omstandigheden passen. Living soil wordt een geloofsvestiging, steenwol wordt als „te industrieel“ afgeschilderd, hydroponika geldt voor velen als te ingewikkeld. Minks ruimt in het interview consequent met deze reflexen op – en dat niet vanuit een marketingpositie, maar op basis van plantenfysiologie, jaren advisering en eigen consumptie-ervaring.
Opmerkelijk is hoe eerlijk Minks met zichzelf omgaat: hij was jarenlang voorstander van speciale LED-spectra en noemde zelfs een bedrijf „380 nanometer“ – tegenwoordig vindt hij beide overschat. Hij consumeert privé Wedding Cake van een Zwitserse living-soil-kweker en zegt in dezelfde adem dat de smaak „uitwisselbaar en absoluut niets bijzonders“ is. En hij noemt concrete merken (Athena, CarbonActive, GrowLink), concrete prijzen (onder de 50 euro voor smart home-irrigatie), concrete waarden (EC 3,0 mS/cm als instapniveau). Wat uit de volgende Q&A naar voren komt, is daarom geen theoretische teelleer, maar een inventarisatie voor 2026 voor Duitse hobbygrowers en CSCs: wat loont zich, wat is hype, en welke teeltmethode zal zich uiteindelijk doorzetten.
💬 In gesprek
Lorenz Minks, Research-Gardens
Lorenz Minks is oprichter van Research-Gardens, internationaal cannabisconsultant en een van de weinigen met horticultuurstudium en tegelijkertijd praktijkervaring op hectaregrootte (1,5 hectare cannabisteelt in de Zwitserse Linth-vlakte). Op de Mary Jane Berlin spreekt hij op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Masterclass Stage over teeltmethoden. We hebben hem vooraf acht vragen gesteld die Duitse hobbygrowers en cannabissocialclubs als beslissingsbasis voor 2026 nodig hebben.
Vraag 1, Start 2026
In welke setting zou een Duitse hobbygrower in 2026 moeten starten, en welke aanbevelingen uit Amerikaanse forums zijn voor Duitse omstandigheden gewoon verkeerd?
Lorenz: Vooraf: ik exploit momenteel geen living-soil-bedden, maar heb wel in Zwitserland 1,5 hectare op een biologisch veld in de Linth-vlakte geteeld. De Linth-vlakte wordt doorgespoeld door de Linth-rivier die water van gletsjers in de Zwitserse Alpen afvoert. Het water is door de alpiene oorsprong zeer mineraalrijk en de rivier dient als natuurlijke watervoorziening zonder kunstmatige irrigatieinstallatie. Het voordeel van openluchtteelt is niet alleen energie-efficiëntie en gratis watervoorziening, maar ook het voorkomen van een grote biodiversiteit voor plaagbestrijding. Nuttige microben, lieveheersbeestjes, roofmijten, vogels en andere nuttige insecten helpen bij de bestrijding van plagen en ziekteverwekkers. Deze voordelen heeft de indoor-living-soil-teelt niet, want daar zijn de kleine spalten van de ruimten weliswaar net groot genoeg voor de ingang van plagen zoals trips en spintmijten, maar te klein voor nuttige insecten zoals lieveheersbeestjes.
Dat is ook het grootste nadeel van living soil in indoor-omgeving: je probeert al bij het controleren van de kardinale parameters temperatuur, luchtvochtigheid, lichtintensiteit, CO2-gehalte, bodemvochtigheid, bodemtemperatuur en de juiste samenstelling van de 17 essentiële nutriënten „God te spelen“. Nu ook nog de juiste samenstelling van microben, schimmels, verhouding plant-beschikbare versus niet-beschikbare organische nutriënten, zuurstof en suikers in de bodem te controleren, vermenigvuldigt het aantal parameters dat gecontroleerd moet worden en daarmee het foutpotentieel nogmaals aanzienlijk.
Over actuele aanbevelingen in Amerikaanse forums ben ik helaas niet op de hoogte. Maar mijn duidelijke aanbeveling voert twee paden: wie „technicus“ is, rijdt goed met steenwol, een crop-steering-irrigatiesysteem (bijvoorbeeld smart home-setup voor onder de 50 euro van Amazon), minerale meststof zoals Athena en geeft vol gas. Het resultaat: maximale opbrengsten, gedefinieerd aromaprofiel, snel kunnen reageren op fouten. Wie „pragmaticus“ is, koopt grond, biologische droogmeststof en geeft vol gas. Hoe meer biologisch leven, hoe meer „living soil“. Het resultaat: lagere opbrengsten, maar complex aroma en lager risico op fouten met hoger toevalsrisico.
Vraag 2, Living soil gedemystificeerd
Living soil is ideologisch beladen. Wat zijn de echte, meetbare voordelen versus mythologie?
Lorenz: Naar mijn mening zijn er geen echte meetbare voordelen. De planten voeden zich zowel bij minerale als biologische bemesting van dezelfde 17 essentiële „minerale“ chemische elementen. Deze worden bij living-soil-teelt in de bodem door complexe, niet-plantbeschikbare moleculen omgezet in plantbeschikbare moleculen.
Subjectief nemen living-soil-consumenten anekdotisch vaak een complexer, veelzijdiger aroma waar. Een eerder „rond“ smaakprofiel, als men de uit de parfumeriewereld bekende kopnoot, hartnoot en basisnoot gebruikt voor sensorische bepaling. Living-soil-cannabis heeft in mijn waarneming een duidelijk meer uitgesproken basisnoot en dus een subjectief rounder aromaprofiel. Dat stuit op positieve reactie bij veel cannaconneurs. Nadeel van deze ronde smaak: uit mijn ervaring op veel reizen naar de cannabishotspots van deze wereld verschillen de aromas van verschillende op living soil geteelde rassen veel minder van elkaar dan bij mineraal geteelde rassen met dominantere hart- en kopnoten.
Ik zelf bezorg mezelf al meer dan twee jaar hetzelfde Wedding Cake van Swiss Extract, geteeld op living soil in een foliekas zonder technische franje. Uit consumptieperspectief is het product absoluut naar mijn smaak, ook al is de smaak erg uitwisselbaar en absoluut niets bijzonders. Swiss Extract droogt en bewaart de cannabis echter zo goed dat het zeer voorzichtig verdampt. Want kopf- of hartnoten ontstaan vaak door terpenen die bij verdampen of verbranden veel ontvlambaaarder en dus krachtiger in de luchtpijpen aanvoelen. Deze geurnoten zijn aan de andere kant echter onmisbaar voor de ontwikkeling van opvallende aromas waar rassen om bekend staan.

„Naar mijn mening zijn er geen echte meetbare voordelen. De planten voeden zich van dezelfde 17 essentiële chemische elementen, ongeacht of ze mineraal of biologisch bemest worden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 3, Hydroponika in NL
Hydroponika heeft in Nederlandse teeltkringen een moeilijk positie, hoewel de opbrengst vaak hoger is. Aan wat ligt dat naar jouw ervaring, technische weerzin, watermentaliteit, tijdfactor?
Lorenz: Je hebt de belangrijkste punten genoemd. De technische horden lijken op het eerste gezicht gigantisch als men aan hydroponika denkt. De angst voor waterschade is groot, vooral bij permanent waterhoudende systemen zoals aeroponika, diepe waterteelt of nutriëntenfilmsystemen. Intussen wordt vaak verdrongen dat er met steenwol een hydroponisch systeem bestaat dat vergelijkbare vereisten aan irrigatie stelt als teelt op aardeachtig substraat. Ik heb ook al vaker kleinere balkon- of indoor-growtenten op steenwol met de hand bevloeid. Het hoeft niet altijd high-end crop steering voor topprestaties te zijn.
De tijdsfactor in de initiële opzet van een steenwolteelt is bij deze aanpak precies zoals het risico van waterschade hetzelfde als bij teelt op grond. De eerste 10 dagen hoef je bij gebruik van een steenwol-slab toch niet te gieten, heb je dus na teeltstart minstens deze 10 dagen de tijd om jezelf een goedkope pomp met smart home-integratie voor onder de 50 euro in te richten. Want jonge planten hebben deze 10 tot 14 dagen nodig om wortels te ontwikkelen en het opgeslagen water in de steenwol-slab zover op te gebruiken dat watergeven nodig wordt.
Ik zie op sociale media steeds meer hobbygrowers die op steenwol telen. Ik heb zeker het gevoel dat Duitse technische perfectie met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein heeft gevonden. Er zijn talrijke hobbyisten in Duitsland en Zwitserland die momenteel hun eigen crop-steering-systemen voor hobbygrowers ontwikkelen.

Vraag 4, Steenwol in praktijk
Wat zijn de drie meest voorkomende fouten bij de start met steenwol, en hoe kan je ze ongecompliceerd vermijden?
Lorenz: Niet overdenken. Athena-meststof volgens schema tot een EC-waarde van 3,0 mS/cm mengen, steenwol-blok of -slab 24 uur voor plantbezetting inweken, de zaailingblok erop zetten. Met de eerste watergift 10 tot 14 dagen wachten tot het medium zover is opgedroogd dat het oppervlak nog net vochtig maar niet nat is.
Daarna ’s ochtends altijd zoveel water geven dat wat drainage onderin naar buiten komt. Niet teveel voedingsoplossing tegelijk gieten, maar stap voor stap in kleine hoeveelheden met tussenpozen van ongeveer 15 minuten tot water uit het medium stroomt. Met automatische smart home-pompen kan je dat voor minder dan 50 euro automatiseren. In de eerste twee bloeiweken kun je op drainage verzaken als er nog niet veel zichtbare wortels in het medium (onderin of aan de zijkanten) te zien zijn. In dit stadium is een wat droger medium voordelig omdat wortels in droge omgeving sneller groeien omdat ze naar water zoeken. Vanaf bloeweek drie raad ik aan om weer elke ochtend drainage te erzeugen.
Voor precieze crop steering kan je bodemvocht-sensoren gebruiken (waarschuwing: veel zijn helaas onnauwkeurig) of het medium met de plant regelmatig wegen nadat drainage naar buiten is gekomen. Zo weet je hoeveel water het medium maximaal kan opnemen. Van deze basiswaarde kun je ongeveer 15 tot 20 procent gewicht aftrekken om het minimale watergehalte van het medium uit te rekenen dat je niet onderschrijd moet. Om deze waarde, vooral met uitgebreid wortelstelsel, niet te onderschrijden, kun je overdag een paar correctiebewateringen geven om het medium voldoende vochtig te houden.
Veel hebben angst voor hoog zoutgehalte in het medium, voor uitdroging of overbevochtiging: steenwol is daarin erg vergevensgezind. EC-waarden tot 25 mS/cm heb ik al vaak gezien en de planten zagen er toch super uit. Vooral met uitgebreid wortelstelsel zuigen planten het water erg snel uit de blok en de poreuze structuur van steenwol zorgt bijna altijd voor voldoende zuurstof om overbevochtigingsverschijnselen te voorkomen. Ook uitdroging is onwaarschijnlijk omdat steenwol ook bij zeer laag watergehalte nog water aan de plant kan afgeven.
Pro-tip: Regelmatig met een kunststofspuit de pH-waarde in het medium controleren. Als de EC-waarde in de blok te hoog zou zijn, laten de planten dat zeer snel met gele bladpunten zien. In dat geval helpt spoelen van het medium, dus drainage erzeugen om de planten van zoutstress af te helpen. Ook dat duurt niet lang.

Vraag 5, CSC-schaling
CSC-teelt wordt in 2026 een schalieringsvraagstuk. Welke methode schaalt technisch en economisch het schoonste op 200 tot 500 leden?
Lorenz: Zeker steenwol. Vooral met de gebruikersvriendelijke Athena-meststof kun je een meststofrecept voor alle genetica rijden zonder verlies vast te stellen. Vroeger moest ik voor elk ras het juiste recept vinden, tegenwoordig is dat veel gebruikersvriendelijker geworden.
Terwijl living soil altijd weer verrassingen geeft juist wanneer je het het minst verwacht, is teelt op steenwol reproduceerbaar. Als je altijd dezelfde reinigingsprotocollen volgt en met een systeem zoals van CarbonActive bodemvochtgestuurde crop steering bedrijft, is steenwol erg voorspelbaar. Living soil kan daarentegen na enkele weken tot maanden volledig omslaan. Omslaan moet je dan in geval tonnen grond wegwerpen. Voorbereide living soil in grote hoeveelheden is niet snel opnieuw geleverd of volgens je eigen eisen gekweekt en vooral niet zomaar op de bedden uitgespreid.
De lopende kosten van minerale teelt zijn door de hogere operationele veiligheid veel beter in te schatten dan bij biologische teelt. De kosten voor meststof bedragen ongeveer 5 procent van de totale productiekosten (bij handmatig knippen) en zijn geen significante kostendriver en mogen niet als beslissingsgrondslag voor living soil versus steenwol dienen. Andere hydroponicastemen veroorzaken helemaal geen substraatkosten, liggen bij steenwol echter ook „slechts“ bij 3 tot 5 procent van de totale productiekosten. Living soil is even duur maar reidt zich meer uit als je het substraat langer dan een jaar achter elkaar gebruikt.
„Duitse technische perfectie heeft met steenwol en crop steering eindelijk een nieuw speelplein gevonden.“
Lorenz Minks · Research-Gardens
Vraag 6, Praktijkinzicht voor MJB
Welk verrassen praktijkinzicht zul je op de Mary Jane delen dat in geen enkel handboek staat?
Lorenz: Ik zal geen praktijkinzichten delen die nergens anders al schriftelijk zijn vastgelegd. Ik heruitvind het wiel niet opnieuw. Ik wil vooral de angst voor de verschillende teeltmethoden wegnemen en de talrijke circulerende praktijstips in compacte vorm uitwerken. Veel tips heb ik al in dit interview gedeeld. Voor alles wat verder gaat en dieper inzoomt en wat niet in dit artikel past, nodig ik iedereen hartelijk uit voor mijn voordracht op zaterdag 13 juni om 12:30 uur op de Mary Jane. Er zal ook een verrassing-expert voor living soil aanwezig zijn.
Vraag 7, Apparatuur versus marketing
Welke apparatuuwinvestering loont zich voor Nederlandse growers in 2026 echt, en welke is marketing?
Lorenz: Voor CSCs en commerciële teelt: de meeste meerwaarde in operationeel beheer brengt een geïntegreerd crop-steering-systeem zoals bijvoorbeeld van CarbonActive of GrowLink, om de irrigatie bodemvochtgebaseerd in te kunnen stellen.
Voor hobbygrowers loont investeringen in een goedkoop smart home-irrigatiesysteem dat je van week tot week handmatig aanpast aan het waterverbruik van de planten. Kosten onder de 50 euro.
Wat je in het midden-Europese klimaat zeker niet nodig hebt, zijn airconditioners. Bij CarbonActive hebben we het open ventilatiesysteem voor commerciële teeltgebieden zover geoptimaliseerd dat je het hele jaar optimale VPD-waarden kan rijden. Met dit systeem bereiken ook beginners praktijkbewezen 2 g/watt, op steenwol, bij atmosferisch CO2-gehalte, zonder airconditioner.
Onder „hype“ vallen voor mij under-canopy-lights. Of je meer watt boven of onder de planten geeft, maakt naar steeds meer praktijkwaarden bij overeenkomstige teeltvoering (bladerverwijdering, omlaag binden) geen verschil. Evenzeer hou ik tegenwoordig niets van speciaal spectrum in de lamp, ook al ben ik jaren lang grote voorstander van speciale spectra geweest en heb ik zelfs een van mijn bedrijven „380 nanometer“ genoemd. (Lacht.)
Vraag 8, 24-maanden-vooruitblik
Waar zie je de Nederlandse cannabisteelt over 24 maanden, en welke methode zet zich door?
Lorenz: Met blik op veel clubs en ook steeds meer hobbygrowers lijken Nederlandse teeltliefhebbers zich steeds meer te verheugen op het medium steenwol of ook kokos. Het ligt ons eigenlijk in de genen om alles perfect te willen controleren. En daar speelt de hydroponisteelt met crop steering ons volmaakt in de kaarten.
Womit baust du derzeit an oder planst du anzubauen?
Opmerking: Het interview werd schriftelijk afgenomen. Antwoorden werden voor leesbaarheid en spelling licht geredigeerd zonder inhoudelijk te veranderen. Lorenz Minks spreekt op zaterdag 13 juni 2026 om 12:30 uur op de Masterclass Stage van de Mary Jane Berlin over de vergelijking van teeltmethoden. Aanvullende informatie: research-gardens.com.











































