Coffeeshops, letterlijk vertaald dus koffiehuizen, zijn onlosmakelijk verbonden met de Nederlandse cultuur. Over de etymologie in Nederland bestaan tegenwoordig verschillende theorieën. De meest gangbare theorie is dat ontmoetingsplaatsen waar cannabis werd geconsumeerd en in toenemende mate ook werd verkocht, officieel als koffiehuizen of theehuizen waren geregistreerd. Dit diende dus ter verhulling en ontwikkelde zich in toenemende mate tot een tegenbewegingdie het huidige liberale cannabisbeleid in belangrijke mate heeft bepaald.
📑 Inhaltsverzeichnis
De eerste beginselen in de grijze zone

Eigenlijk kan tegenwoordig niet meer met zekerheid worden gezegd welke coffeeshop de eerste in Nederland was. Ook de term „coffeeshop“ is een relatief ruim begrip, zodat meerdere shops voor zichzelf kunnen claimen de eerste te zijn geweest. Voordat in Nederland zachte drugs officieel werden geduld, ontwikkelden zich de eerste voorlopers van de moderne coffeeshops. Dit waren ontmoetingsplaatsen waar cannabis in ieder geval in een grijze zone werd geduld.
De vermoedelijk eerste dergelijke voorloper van de moderne coffeeshops was het Sarasani. Dit werd in 1968 opgericht in de kelder van een havengebouw in Utrecht. Oorspronkelijk was het een jongerenontmoetingsplaats waar in het weekend ook concerten plaatsvonden. In 1968 werden zachte drugs in Nederland nog niet geduld, maar ze werden toch geconsumeerd en verkocht. Holly Hasenbos, de eigenaar van het Sarasani, verkocht daar regelmatig cannabis en kwam regelmatig in conflict met de politie. Maar ook toen waren cannabisdelicten een gering vergrijp, zodat meestal niet meer dan een paar dagen arrest werd opgelegd. Bij invallen werd het meeste cannabis dat daar voor verkoop was opgeslagen nooit gevonden, omdat dit in een bassin met alligators was verstopt. Hasenbos werd in 1984 tijdens een verkeerscontrole door de politie doodgeschoten. Na zijn dood nam een familielid de bedrijfsvoering over. Het Sarasani werd tot 2007 als legale coffeeshop uitgebaat, maar moest toen sluiten omdat de shop meerdere kilo’s cannabis aan een Duitser had verkocht.
Legendarisch in de Nederlandse cannabiscultuur is ook de Lowlands Weed Company. Opgericht in 1969 door Kees Hoekert en Jasper Grootveld, ging het om een woonboot waarop hennep werd gekweekt. Ze verkochten stekken voor één gulden aan klanten. Het doel was het om via de plant en de ermee verbonden vooroordelen voor te lichten. Op de boot kon je met gelijkgestemden samenkomen en cannabis roken, dus eigenlijk een soort coffeeshop. Ironisch genoeg lag deze boot tegenover een politiestation, zodat er regelmatig problemen ontstonden. Er vonden meerdere gerechtszittingen plaats, die echter altijd in een vrijspraak eindigden. Hoekert en Grootveld gelden door hun demonstratieve activiteiten vandaag als pioniers voor de ontwikkeling van een liberaal drugbeleid in Nederland.
Coffeeshops vóór de decriminalisering
In Nederland vormde zich in toenemende mate een protestbeweging tegen de bestaande wetgeving, zodat eerste coffeeshops al werden geopend voordat de verkoop door de wetgever werd geduld. Hoewel in 1972 de verkoop van cannabis nog illegaal was, opende Wernard Bruining in Amsterdam in een leegstaande bakkerij een winkel met de naam Mellow Yellow, met het doel daar cannabis te verkopen. Hij werd geïnspireerd door de theehuidcultuur in de jaren 1920 van de Verenigde Staten, waarbij het eigenlijk ook om coffeeshops ging. De naam „Mellow Yellow“ was een verwijzing naar een toenmalige stadslegende, waarin zou zijn gesteld dat het mogelijk zou zijn zich door het roken van bananenschillen te laten bedwelmen. Deze oudste coffeeshop bleef tot 2017 in bedrijf en moest uiteindelijk sluiten omdat deze te dicht bij een school lag.
Een ander vroeg coffeeshop was The Bulldog. Deze shop werd in 1975 opgericht door Henk de Fries in een voormalig bordeel. Maar ook Henk de Fries verkocht al vanaf 1970 cannabis op festivals, zodat er verschillende meningen bestaan over wie nu werkelijk de eerste was die de cannabisverkoop is begonnen. Inmiddels is The Bulldog een coffeeshopketen met vijf locaties.
Begin van het duldbeleidsvoering 1976

Tot op zekere hoogte werd over cannabis al ongeveer een decennium lang door de vingers gezien, waardoor het in een grijze zone mogelijk was coffeeshops uit te baten. Een belangrijk mijlpaal in het liberale drugbeleid vond al plaats in juni 1970 op het Holland Pop Festival in Rotterdam. Op dit festival waren civiele speurders onderweg om cannabisgebruikers op te jagen. Zoals echter bleek, verliep ogenschijnlijk alles vredig. De speurders besloten daarop gebruikers en ook kleine handelaren niet te vervolgen. Dit geldt tot vandaag als een van de belangrijkste mijlpalen naar het tolerantiebeleid. Gekenmerkt door de hippiebeweging breidde deze subcultuur zich steeds verder uit, veroorzaakte echter kennelijk geen geweldsdelicten.
Maar tot de officiële decriminalisering duurde het. Eerst in 1976 werd de verkoop van kleine hoeveelheden cannabis volgens de wet officieel geduld. Het doel van deze hervorming was de prioriteiten van de politie opnieuw te definiëren. De stemmen om cannabisgebruikers niet meer te vervolgen werden steeds luider. Het bezit van tot 30 gram werd niet meer vervolgd. Ook de verkoopshoeveelheid lag destijds op 30 gram. De afgifte was aan jongeren vanaf 16 jaar toegestaan. Het gebruikelijke Nederlandse woord op dat moment was „gedogen„, wat zoveel betekent als: het is eigenlijk verboden, maar wordt niet vervolgd. Deze ook als duldbeleidsvoering bekende juridische hantering bracht echter ook een nog steeds bestaand probleem met zich mee, de achterdeurroblematiek. Dit betekent dat de verkoop in het coffeeshop legaal is, maar het gras zelf uit illegale bronnen afkomstig is en dus alle problemen van een zwarte markt met zich meebrengt.
Als eerste officieel gelicentieerd en geduld coffeeshop geldt Rusland. Dit opende weliswaar ook in 1975, kort voor de decriminalisering, maar wordt vaak als de eerste gelicentieerde shop aangeduid. Deze in Amsterdam gevestigde shop is tot vandaag actief. Legendarisch en al lang een vast onderdeel van de Nederlandse coffeeshopculuur is ook La Tertulia in Amsterdam. Deze sinds 1983 bestaande familiebedrijf combineert tot vandaag een unieke sfeer met gezelligheid en cannabisgebruik.
Hoogtepunt in de vroege jaren 1990 en eerste verscherpingen
Door de dulding van cannabis nam het aantal coffeeshops gestaag toe. Naast cannabis werden ook andere onder de term „zachte drugs“ aangeduide producten geduld. Verschillende andere psychoactieve planten en vooral toverpaddenstoelen werden een bekend product van de coffeeshops. Schattingen suggereren dat er in de eerste helft van de jaren 1990 ongeveer 1.500 coffeeshops waren. Maar vanaf 1995 leidden steeds strengere regelgeving tot een gestage achteruitgang.
In de wetswijziging van 1995 werd besloten de verkoopleeftijd op 18 jaar te verhogen en per persoon per dag slechts 5 gram cannabis te verkopen. In 2008 werd de verkoop van toverpaddenstoelen verboden. Tot dan toe waren verse paddenstoelen legaal verkrijgbaar. Legaal gebleven tot vandaag zijn echter tovertruffels. Deze bevatten dezelfde werkstof als paddenstoelen en moeten slechts hoger gedoseerd worden.
Vanaf 2011 werd de verkoop aan toeristen een steeds groter strijdpunt. De Nederlandse regering plande cannabis uitsluitend aan inheemsen te verkopen die een geldig bewijs bezaten, de zogenaamde Wietpass. De implementatie mislukte echter door het verzet van veel steden en gemeenten. Ook in 2021 werd een poging gedaan de verkoop aan inheemsen met een Wietpass te beperken, maar de implementatie mislukte omdat een meerderheid in de gemeenteraad zich ertegen uitsprak. In het recente verleden zijn er opnieuw regelmatig pogingen om de toegang voor toeristen in te perken. Door steeds meer beperkingen zoals afstandsregels tot bepaalde instellingen is het aantal coffeeshops tot vandaag drastisch afgenomen. Momenteel zijn er naar schatting iets minder dan 600 shops.
Op weg naar volledige legalisering

Vanwege het tot vandaag bestaande achterdeuurprobleem slaan de Nederlanden sinds 2023 in toenemende mate een ander pad in. Steeds meer coffeeshops verkopen legale cannabis die in Nederland is gekweekt. Dit modelprojunct zou in de nabije toekomst een volledige legalisering met kwaliteitsbewaking kunnen bereiken, vergelijkbaar met de Duitse regionale modelprojucten van pijler 2.
Veelgestelde vragen over coffeeshops in Nederland
Wanneer werden coffeeshops in Nederland gelegaliseerd?
Een echte legalisering vond nooit plaats, in 1976 voerden de Nederlanden het zogenaamde duldbeleidsvoering („gedogen“) in. De verkoop tot 30 gram cannabis bleef formeel illegaal, maar werd niet langer strafrechtelijk vervolgd. In 1995 werd de verkoopshoeveelheid tot 5 gram per persoon per dag teruggebracht.
Welk coffeeshop was het eerste in Nederland?
De oudste voorloper geldt het Sarasani in Utrecht (1968), als eerste gelicentieerd coffeeshop na 1976 wordt Rusland in Amsterdam genoemd. Bekender werden echter Mellow Yellow (1972) en The Bulldog (1975), beide in Amsterdam. Meerdere shops claimen de pionierstatus voor zichzelf.
Hoeveel coffeeshops zijn er vandaag in Nederland?
Momenteel bestaan er nog ongeveer 600 coffeeshops, midden jaren 1990 waren het ongeveer 1.500. De achteruitgang hangt samen met afstandsregels tot scholen, gemeentelijke beperkingen en een structuurverandering. Ook de Nederlandse cannabisteelt is dalende, wat de voorzieningssituatie van de shops verder beïnvloedt.
Mogen toeristen in 2026 nog cannabis in coffeeshops kopen?
Grofweg ja, de sinds 2011 besproken Wietpass (verkoop alleen aan inheemsen) werd nooit volledig uitgerold omdat steden als Amsterdam zich ertegen verzetten. Afzonderlijke gemeenten beperken echter wel de toeristentoegang, en een nieuw stoffgroepverbod in Nederland betreft sinds 2025 bovendien synthetische stoffen uit het coffeeshopsortiment.
Wat is de achterdeurroblematiek in de Nederlandse coffeeshops?
Warst du schon einmal in einem niederländischen Coffeeshop?
De verkoop in het coffeeshop wordt geduld, de teelt en groothandel erachter is echter illegaal, de cannabis komt dus van de zwarte markt. Deze discrepantie wordt achterdeurroblematiek genoemd. Het sinds 2023 lopende modelprojunct met legale teelt moet precies dit probleem oplossen, vergelijkbaar met de geplande Duitse modelregio’s van CanG-pijler 2.




































