Een uitspraak van het Landgericht Düsseldorf plaatst exploitanten van online platforms voor medische cannabis in een nieuw juridisch daglicht. De rechtbank veroordeelde een mailorderapotheek tot schadevergoeding en verklaarde haar schuldig als medeplichtige voor de reclame van de platformexploitant waarmee zij samenwerkte. Voor de snel groeiende telemedische branche is dit een waarschuwingssignaal, hoewel juristen de reikwijdte van de uitspraak verschillend beoordelen.
📑 Inhaltsverzeichnis
Wat het Landgericht Düsseldorf heeft besloten
De uitspraak dateert van 23 april 2026 en draagt het dossiernummer 37 O 55/25. De Apothekerkammer Noordrijn-Westfalen had geklaagd tegen een apotheker die medische cannabis via zijn mailorderapotheek distribueerde. Het bedrijfsmodel volgde een inmiddels wijd verbreid patroon. Patiënten vulden op een internetplatform een online vragenlijst in, selecteerden ziektebeelden en specifieke cannabissoorten en ontvingen vervolgens een recept dat naar de apotheek werd doorgestuurd. De apotheek stelde het platform haar voorrraadgegevens ter beschikking.
De rechtbank zag drie overtredingen als erfülld. Ten eerste schendt de publicatie het verbod op publiekscommunicatie voor receptplichtige geneesmiddelen volgens artikel 10 lid 1 van de Heilmittelwerbegesetz. Ten tweede is de apotheker aansprakelijk als medeplichtige voor de reclameuitingen van de platformexploitant. Ten derde schendt het model de verplichting uit artikel 17 lid 8 van de Apothekenbetriebsordnung om herkenbare geneesmiddelenmisbruik tegen te gaan.
Waarom de apotheek als medeplichtige aansprakelijk is
Het kernpunt van de uitspraak is de aansprakelijkheid voor mededaderschap. De rechtbank baseerde dit op het feit dat de apotheker door eerdere waarschuwingen wist van de mogelijke onwettigheid van de reclame. Hoewel hij de platformexploitant meerdere keren opforderde de uitingen te staken, zette hij de zakelijke relatie ongewijzigd voort. Uit deze kennis en het bewuste doorgaan leidden de rechters een eigen verantwoordelijkheid af. Daarmee paste het Landgericht beginselen toe die het Bundesgerichtshof over het reclameverbod heeft ontwikkeld, op de samenwerkende apotheker. Hoe deze lijn tot stand kwam, toont ons rapport dat medische cannabis juridisch een geneesmiddel blijft en het reclameverbod ongewijzigd van toepassing is.
Jurist Christoph Graeber, die de uitspraak beoordeelt, acht deze toepassing aanvechtbaar. De EG-rechtelijke verduidelijking staat nog uit, en de uitbreiding van de Bundesgerichtshof-beginselen op de medewerking van de apotheek is een zelfstandige waardering van het Landgericht die niet noodzakelijk is. Een hoger beroepsverfahren zou de vraag dus nog eens kunnen openbreken. Tot nu toe is bovendien geen geval gedocumenteerd waarin een apotheek vanwege zo’n model haar vergunning verloren zou hebben.
Wat de uitspraak voor telemedische diensten en mailorderhandel betekent
Voor platformexploitanten stelt de uitspraak een duidelijkere grens. Reclameuiting met medische indicaties schendt de Heilmittelwerbegesetz. Zakelijke informatie zonder reclamekkarakter beweegt zich verder in een grijze zone die in individuele gevallen moeilijk te bepalen is. De politieke druk op de branche neemt sowieso toe, zoals blijkt uit het feit dat cannabistelemedische diensten zich moeten voorbereiden op strengere regels voor online recepten. Ook de herziening van de medisch-cannabiswet raakt precies deze vraag, zoals onze analyse van de geschil over de MedCanG en de dreigende achteruitgang in de patiëntenzorg aantoont.
Artsen moeten erop letten dat hun medische eindafweging is gedocumenteerd en dat de telemedische standaarden volgens artikel 7 lid 4 van de artsenregeling worden nageleefd. Voor apotheken wordt geen paniek aanbevolen, wel een controle van de eigen compliance en aandachtig volgen van de uitstaande EG-rechtelijke verduidelijking. Welke verwachtingen de branche heeft van een betrouwbaar juridisch kader, wordt ook beschreven in het gesprek met jurist Olivia Ewenike over openstaande vragen rond telemedische diensten en teeltvereenigingen.
Opmerkelijk is de plaats van het procedure. Düsseldorf heeft in de cannabisrechtspraak al meerdere malen accenten gezet, bijvoorbeeld toen een rechtbank het verkoopsverbod voor bepaalde CBD-producten voor onwettig verklaarde. Tegelijkertijd toont het geval hoe belangrijk grondig voorlichting blijft. Dat gestructureerde nascholing effect sorteert, wordt aangetoond door aanbiedingen zoals de workshops voor apotheken in het kader van Cannovum Medical Education. Wie de regels kent, kan modellen zodanig vormgeven dat zij een gerechtelijk onderzoek doorstaan.
Veelgestelde vragen
Welke rechtbank heeft beslist en waar ging het om?
Het Landgericht Düsseldorf heeft op 23 april 2026 uitspraak gedaan onder dossiernummer 37 O 55/25. Het ging om een mailorderapotheek die medische cannabis via een online platform met vragenlijst en sortenkeuse distribueerde. De rechtbank veroordeelde de apotheker tot schadevergoeding.
Wat betekent aansprakelijkheid voor mededaderschap in dit geval?
De apotheker is aansprakelijk omdat hij wist van de mogelijk onwettige reclame van het platform en de samenwerking ondanks waarschuwingen voortzette. Uit deze bewuste medewerking leidde de rechtbank een eigen verantwoordelijkheid voor de reclame-uitingen af.
Is reclame voor medische cannabis fundamenteel verboden?
Publiekscommunicatie voor receptplichtige geneesmiddelen is volgens artikel 10 van de Heilmittelwerbegesetz verboden. Dit geldt ook voor reclame-uitingen met medische indicaties. Zuiver zakelijke informatie zonder reclamekkarakter beweegt zich in een moeilijk af te bakenen grijze zone.
Moeten patiënten zich zorgen maken over hun voorziening?
Nee, de uitspraak richt zich tegen een concreet reclame- en verkoopmodel, niet tegen telemedische diensten als zodanig. Tot nu toe heeft geen apotheek hierom haar vergunning verloren. De voorziening met artsenvoorgeschreven medische cannabis blijft mogelijk.
Is de beslissing definitief?
Niet noodzakelijk. Juristen achten de toepassing van de Bundesgerichtshof-beginselen op de samenwerkende apotheek aanvechtbaar, en de EG-rechtelijke verduidelijking staat nog uit. Een hoger beroepsverfahren zou afzonderlijke punten opnieuw kunnen beoordelen.
Bron: Krautinvest, analyse van Christoph Graeber van de uitspraak van het Landgericht Düsseldorf van 23.04.2026, Az. 37 O 55/25 (Apothekerkammer Nordrhein tegen mailorderapotheek).







































