In augustus 1941 reed Henry Ford voor lopende camera’s met een bijl tegen de kofferbak van een vreemde prototype. Het blik gaf niet mee, omdat het geen blik was: de auto droeg een carrosserie uit kunststof waarin naar verluidt ook hennepvezels zaten. Bijna een eeuw later zitten natuurvezels opnieuw in auto’s, ditmaal in seriemodellen van BMW, Mercedes en Porsche. De geschiedenis van auto’s uit hennep reikt van een PR-stunt uit de vooroorlogse tijd tot ultramoderne biocomposieten die gewicht en emissies verminderen.
📑 Inhaltsverzeichnis
- Fords droom van de carrosserie uit het akkerland
- Waarom hennep in de voertuigbouw überhaupt zin heeft
- Wedergeboorte van natuurvezel bij BMW, Mercedes en Porsche
- Van bouwpakket tot biocomposiet: het Renew-verhaal
- Grenzen van de technologie: vocht, brand en recycling
- Veelgestelde vragen
- 💬 Fragen? Frag den Hanf-Buddy!
Fords droom van de carrosserie uit het akkerland
De prototype die bekend werd als „Soybean Car“ werd op 13 augustus 1941 gepresenteerd bij de Dearborn Days. Op een stalen buizenframe zaten veertien ongeveer zes millimeter dikke kunststofplaten. Het voertuig woog ongeveer 900 kilogram en daarmee ongeveer een derde minder dan een vergelijkbare stalen carrosserie. Precies dit gewichtsvoordeel was Fords motivatie, want minder massa betekent minder verbruik en een hogere draagcapaciteit.
Of echt hennep in de platen zat, is vandaag de dag niet meer eenduidig aan te tonen. Het originele recept is niet overgeleverd. Populaire weergaven spreken van een mengsel uit sojabonen, tarwe, hennep, vlas en ramie. Lowell E. Overly, die wezenlijk bij de constructie betrokken was, beschreef het materiaal daarentegen als sojavezel in een fenolhars met formaldehyde. Materialisten houden het voor waarschijnlijker dat het om een conventionele fenolkunststof ging, vergelijkbaar met het bekende bakelit. Op 13 januari 1942 ontving Ford een patent op de constructie van een kunststofcarrosserie.
Het voertuig haalde nooit de serieproductie. Met de toetreding van de VS tot de oorlog stelde de industrie zich in op wapenindustrie, en het project verdween uit het zicht. Fords experiment bleef echter een effectief symbool dat voertuigen niet noodzakelijk uit metaal hoeven te bestaan. Dat juist het hennepgehalte zo vaak wordt benadrukt, is minder aan de feiten te danken dan aan de fascinatie voor een plant die destijds al veel industriële rollen vervulde. Ford achterna zette ook een agrarisch politiek doel: de automobielindustrie zou de Amerikaanse landbouw nieuwe afzetmarkten moeten openen en de fabrieken onafhankelijker moeten maken van steeds schaarser wordend staal.
Waarom hennep in de voertuigbouw überhaupt zin heeft

De aantrekkingskracht van hennepvezels ligt in hun verhouding van sterkte tot gewicht. Als versterking in een kunststofmatrix kunnen ze een vergelijkbare stijfheid bereiken als glasvezel, maar zijn daarbij merkbaar lichter. Onderdelen uit dergelijke natuurvezelcomposieten zijn typisch dertig tot veertig procent lichter dan vergelijkbare onderdelen uit glasvezelversterkte kunststof. Minder gewicht verlaagt bij verbrandingsmotoren het verbruik en verlengt bij elektrische auto’s het bereik.
Daarnaast komt de milieubalans. Hennep groeit in een enkel seizoen, bindt daarbij kooldioxide en heeft weinig gewasbescherming nodig. Waar een natuurvezel petrochemisch geproduceerde vezels vervangt, daalt het fossiele grondstoffenbehoefte van een onderdeel aanzienlijk. Volgens fabrikanten kunnen het kunststofgebruik in binnenafdekingen tot zeventig procent en de daarmee verbonden CO2-belasting tot zestig procent worden verminderd. Deze cijfers betreffen individuele onderdelen, niet het hele voertuig, maar verduidelijken wel de richting. Gezien steeds strengere flottegrafieken en groeiende vraag naar duurzame materialen wint elk bespaard gram en elk vermeden kilogram aardoliekunststof aan belang.
Het veelzijdig gebruik van de vezel is geen apart geval in de automobielindustrie. Van bouwstof tot afdichting vindt de plant industriële toepassingen, zoals ons artikel over het afdichten van waterleidingen met hennep toont. In het voertuig komt de vezel vooral daar terecht waar stijfheid en laag gewicht belangrijker zijn dan een zichtbaar makellose oppervlakte, dus in dragend onderdelen achter de werkelijke afkasting.
Wedergeboorte van natuurvezel bij BMW, Mercedes en Porsche

Anders dan in Fords tijd zijn natuurvezels tegenwoordig een vast onderdeel van moderne voertuigen. BMW zette al in de modellen i3 en i8 in op hennep en verwante vezels in deurafkastingen en dashboard-dragers. Bij de racewagen M4 GT4 verving de fabrikant bijna alle tot nu toe uit koolstofvezelversterkte kunststof vervaardigde elementen door composieten uit natuurvezels en maakt daarmee het seriemodel tot een voorbeeld van het consequente gebruik van deze materialen in motorsport.
Ook Mercedes-Benz integreert natuurvezels in binnenruimtecomponenten om gewicht te sparen en duurzaamheid te verbeteren. Porsche daarentegen bouwde in de 718 Cayman in de GT4-Clubsport-variant deuren en een achtervleugel uit een mengsel van vlas en hennep in plaats van pure koolstofvezel. Daarmee is duidelijk: natuurvezelcomposieten zijn geen nischafenomeen meer, maar hebben hun weg in premium- en motorsportvoertuigen gevonden.
Deze ontwikkeling voegt zich in een langere traditie in. Hoe hennep gedurende decennia steeds weer ingang vond in de voertuigbouw, belicht ons overzicht van hennep in de automobielindustrie. De rode draad is altijd hetzelfde: lichter onderdelen met redelijke kosten en een betere milieubalans.
Van bouwpakket tot biocomposiet: het Renew-verhaal
Wie wil weten hoe ver het vezelgehalte kan worden drijven, belandt bij de Amerikaan Bruce Dietzen. Geïnspireerd door Jack Herers boek „The Emperor Wears No Clothes“ bouwde hij vanaf 2015 een sportwagen waarvan de carrosserie en bekleding voor ongeveer vijfenzestig procent uit geweven hennep en voor vijfendertig procent uit bio-epoxide bestaan. Als basis diende een ontdane Mazda MX-5 van de eerste generatie. Het resultaat noemde Dietzen „Renew“.
Dietzen claimt dat zijn hennepplaten veel slagvaster zijn dan staalplaat en beuken beter kunnen verdragen. Dergelijke bewering komen van de bouwer zelf en zijn geen onafhankelijke teststandaardwaarde, maar geven wel aan waar de technologie op gericht is. De Renew bleef een kleinserieproject en demonstratieproject dat vooral één ding bereikte: het haalde het oude idee van auto’s uit hennep terug in het publieke bewustzijn en verbond het met het gedachte van CO2-neutraliteit.
Het verschil tussen fabrikanten in serie en een project als Renew ligt in de ambities. Waar BMW en Porsche de vezel gericht inzetten in afzonderlijke onderdelen om meetbare voordelen te bereiken, probeerde Dietzen zoveel mogelijk van de auto uit hergroeibare grondstoffen te vervaardig. Beide benaderingen volgen hetzelfde doel vanuit verschillende richtingen.
Grenzen van de technologie: vocht, brand en recycling

Hoe overtuigend de voordelen ook klinken, natuurvezelcomposieten hebben duidelijke zwaktes. Hennepvezels zijn hydrofoob, trekken dus water aan. Nemen ze vocht op, kunnen ze uitzetten, nauwkeurigheid verliezen en de hechting tussen vezel en kunststofmatrix verzwakken. Daarom worden ze vooral in de beschermde binnenruimte ingezet en minder op sterk weersbestendige buitenoppervlakken.
Ook bij brandgedrag zijn natuurvezels conventionele materialen inferieur. Hun lagere brandbestendigheid en thermische stabiliteit beperken het gebruik bij hoge temperaturen, daarom zijn vlamvertragende afwerkingen nodig. Bovendien bereiken zij vaak niet de slagsterkte en treksterkte van glasvezelcomposieten, wat de keuze van geschikte onderdelen beperkt.
Ambivalent valt de balans bij recycling uit. Pure natuurvezels zijn biologisch afbreekbaar, maar de meeste composieten koppelen de vezel aan duroplastische harsen die moeilijk weer los kunnen worden gemaakt. Aan het einde van de levensduur belanden veel binnenafdekingen daarom in de verbranding. Althans, natuurvezels verbranden schoner dan pure aardoliekunststoffen, en onderzoek werkt aan volledig biologisch afbreekbare matrices. Hennep speelt ook buiten de carrosserie een rol in de mobiliteit van de toekomst, bijvoorbeeld in energieopslag, zoals ons artikel over hennepbatterijen voor e-auto’s beschrijft. Auto’s uit hennep zijn dus minder een kurioziteit uit het verleden dan een bouwsteen van duurzamere voertuigtechnologie.
Veelgestelde vragen
Bestond Fords auto echt uit hennep?
Dat is onzeker. De in 1941 gepresenteerde prototype droeg kunststofplaten op een stalen frame. Of hennepvezels daarin waren opgenomen, is niet aan te tonen, omdat het recept niet is overgeleverd. Een betrokken constructeur sprak van sojavezel in fenolhars. Deskundigen houden een bakelit-achtige kunststof voor waarschijnlijk.
Welke autofabrikanten gebruiken tegenwoordig hennepvezels?
BMW zet hennep en verwante vezels in in modellen als i3, i8 en in de M4 GT4. Mercedes-Benz bouwt natuurvezels in binnenruimtecomponenten. Porsche gebruikte in de 718 Cayman GT4 Clubsport onderdelen uit een vlas-hennepmengling. De focus ligt meestal op afkastingen, dragers en sportonderdelen.
Hoeveel gewicht bespaart een onderdeel uit hennepcomposiet?
Onderdelen uit natuurvezelcomposiet zijn vaak dertig tot veertig procent lichter dan vergelijkbare onderdelen uit glasvezelversterkte kunststof. Bij binnenafdekingen kan het kunststofgebruik fabrikantafhankelijk tot zeventig procent worden verminderd. Minder gewicht betekent lager verbruik of meer bereik.
Wat zijn de grootste nadelen van hennep in de auto?
Natuurvezels nemen vocht op, wat tot uitzetting en slechtere hechting kan leiden. Hun brandgedrag en thermische stabiliteit zijn slechter dan bij synthetische vezels. Bovendien zijn duroplastische composieten moeilijk te recyclen. Daarom zit hennep meestal in de beschermde binnenruimte.
Bestaat er een auto die bijna helemaal uit hennep is gemaakt?
Sollten Autohersteller mehr Hanf-Biokomposite in Fahrzeugen verwenden?
Het dichtst daarbij komt de Renew van Bruce Dietzen. Zijn carrosserie bestaat voor ongeveer vijfenzestig procent uit geweven hennep en vijfendertig procent uit bio-epoxide, opgebouwd op een verbouwde Mazda MX-5. Het gaat om een demonstratieproject, geen seriemodel.






































