Twee onderbelichte cannabinoïden doen longkankercellen in het laboratorium afsterven. Een onderzoeksgroep van de Universiteitsgeneeskunde Rostock en de Universiteit Rostock heeft Cannabigerol en Cannabichromeen op twee gevestigde cellijnen getest en daarbij een duidelijk dosisafhankelijk effect gemeten. Het onderzoek werd gepubliceerd in het vakblad Antioxidants. Interessanter dan het feit van de celdood zelf is de weg ernaartoe. De onderzoekers konden het onderliggende mechanisme in meerdere stappen traceren.
📑 Inhaltsverzeichnis
Wat de Rostock-studie naar CBG en CBC onderzocht
Het onderzoek concentreerde zich op de cellijnen A549 en H460, twee standaardmodellen voor niet-kleincellig longcarcinoom. Beide worden in de oncologie al tientallen jaren gebruikt. Ze zijn goed gekarakteriseerd en vergelijkbaar tussen laboratoria. Onderzocht werden de celoverleving, de activering van geprogrammeerde celdood en de mitochondriale functie.
Bestudeerd werden Cannabigerol en Cannabichromeen – twee stoffen die in het publieke bewustzijn ver achter THC en CBD achterblijven. Beiden zijn niet-psychoactief, en beide worden in onderzoek pas sinds enkele jaren systematisch onderzocht. Daar ligt juist de aantrekkingskracht van dit werk. Het vult een gat bij de zogenaamde minor cannabinoïden.
Het mechanisme: apoptose via de mitochondriale route

De onderzoeksgroep vond in beide cellijnen een concentratieafhankelijke activering van apoptose en autofagie. Meerdere onafhankelijke markers dienden als bewijs. Aangetoond werden Annexine-V-kleuring, activering van caspases 8, 9 en 3/7, PARP-splijting en een verlies van het mitochondriale membraanpotentiaal. Daarnaast steeg de hoeveelheid cytochroom c in het celinterieur.
Deze combinatie beschrijft de klassieke mitochondriale route van geprogrammeerde celdood. Daar kwamen effecten op de celademhaling bij. De vorming van mitochondriale superoxiden nam toe, het zuurstofverbruik van de mitochondriën daalde. Bij Cannabigerol observeerden de onderzoekers bovendien een verminderde hoeveelheid van subeenheid NDUFB8 uit complex I van de respiratoire keten. Vergelijkbare werkingsprincipes zijn ook uit ander onderzoek bekend, bijvoorbeeld uit de studie waarin een cannabisextract een dodelijk effect tegen melanoomcellen toonde.
PPAR-alfa als mogelijk aangrijpingspunt

De farmacologisch meest interessante bevinding betreft de receptor PPAR-alfa. Volgens de resultaten van de groep vermedelt deze kernreceptor de werking van Cannabigerol, maar niet op dezelfde manier die van Cannabichromeen. De auteurs benadrukken hem daarom als potentieel therapeutisch doelwit. In hun conclusie stellen zij vast dat CBG en CBC in A549- en H460-cellen apoptose en celdood veroorzaken en dat PPAR-alfa de effecten van CBG vermedelt.
Een geïdentificeerde receptor is in de actieve-stoffenontwikkeling meer waard dan slechts een effect. Het stelt gericht vervolgonderzoek in staat, de zoektocht naar meer werkzame moleculen en een inschatting van mogelijke interacties. Dat individuele cannabinoïden zeer verschillende receptorprofielen hebben, blijkt ook elders uit, bijvoorbeeld bij de vraag welke verschillen in werking tussen CBD en CBG bestaan.
Waarom celcultuurgegevens geen therapie zijn
Op dit punt is nuchterheden geboden. Het gaat om een in-vitroonderzoek in celculturen. Tussen een petrischaaltje en een mens met longkanker liggen meerdere ontwikkelingsstadia, waar veelbelovende stoffen regelmatig falen. Cellen in cultuur hebben geen stofwisseling van een volledig organisme, geen immuunsysteem en geen tumoromgeving met bloedvaten en bindweefsel.
Daar komt nog de vraag van concentratie bij. Of de in het laboratorium gebruikte hoeveelheden in het lichaam überhaupt kunnen worden bereikt zonder onverantwoorde bijwerkingen, wordt pas opgehelderd door farmacokintische onderzoeken. Zolang dierproeven en klinische onderzoeken ontbreken, blijft de uitspraak beperkt. Die luidt dat een werkingsmechanisme aannemelijk is beschreven. Een behandeling komt hiermee niet in zicht. Hoe het bewijsmateriaal zich over verschillende kankersoorten verspreidt, toont het overzicht van de metaanalyse over therapiepotentiaal van cannabis bij kanker.
Inordening: Duitsland als locatie van cannabinoïdenonderzoek

Opmerkelijk is de verzender. Het werk komt uit het Instituut voor Farmacologie en Toxicologie van de Universiteitsgeneeskunde Rostock, ondersteund door het daar gevestigde Elektronenmicroscopische Centrum. Cannabinoïdenonderzoek op dit niveau vindt in Duitsland op meerdere locaties plaats. In het openbare debat wordt het echter zelden opgemerkt. Daar domineren legalisering, voorschrijfpraktijk en terugbetaling.
Voor patiënten verandert de studie voorlopig niets. Wie een kankerziekte heeft, moet zelfexperimenten met CBG- of CBC-preparaten met het behandelteam bespreken en zeker geen lopende therapie vervangen. De waarde van het werk ligt in fundamenteel onderzoek. Het biedt een concreet aangrijpingspunt voor het volgende stadium, en juist op die manier zou het gelezen moeten worden. Hoe de verzorgingsrealiteit hiervan verschilt, illustreert ons artikel erover dat een NHS-trust patiënten hun voorgeschreven cannabisgeneeskunde in het ziekenhuis toestaat. Dat alledaagse aannames over cannabis vaak niet kloppen, toont ook het onderzoek waaruit blijkt dat motivatie niet door cannabis wordt beïnvloed.
Veel gestelde vragen
Wat zijn CBG en CBC?
Cannabigerol en Cannabichromeen zijn twee niet-psychoactieve cannabinoïden van de hennepl. CBG wordt beschouwd als een voorloper waaruit in het plantenstofwisselingproces verdere cannabinoïden ontstaan. Beide komen in gebruikelijke variëteiten slechts in kleine hoeveelheden voor en worden pas sinds enkele jaren systematisch onderzocht.
Genezen CBG en CBC longkanker?
Nee. Het onderzoek vond uitsluitend plaats in celculturen in het laboratorium. Er zijn noch dierproeven noch klinische onderzoeken bij mensen die werkzaamheid zouden bewijzen. Uit het resultaat kan geen therapieaanbeveling worden afgeleid.
Welke cellijnen werden gebruikt?
Getest werden A549 en H460, twee gevestigde cellijnen voor niet-kleincellig longcarcinoom. Ze gelden als standaardmodellen omdat ze goed gekarakteriseerd zijn en resultaten tussen laboratoria vergelijkbaar maken.
Wat betekent PPAR-alfa in deze context?
PPAR-alfa is een kernreceptor die onder meer het vetmetabolisme regelt. Volgens de Rostock-gegevens vermedelt hij de werking van Cannabigerol op de kankercellen. Daarmee is een concreet moleculair aangrijpingspunt genoemd waarvan verder medicijnenontwikkeling kan uitgaan.
Moeten kankerpatiënten nu CBG-producten innemen?
Van zelfexperimenten wordt afgeraden. Vrij verkrijgbare preparaten zijn in dosering en zuiverheid niet vergelijkbaar met laboratoriumomstandigheden, en interacties met oncologische therapieën zijn mogelijk. Elke toepassing behoort in overleg met het behandelteam plaats te vinden.
Kanntest du CBG und CBC vor diesem Artikel?
Bronnen: Antioxidants (Universiteitsgeneeskunde Rostock en Universiteit Rostock, juni 2026), CannaReporter.





































